12.23.2008

Inspiring


Waarom krijg ik eindelijk weer eens inspiratie
juist op het moment dat ik moet leren voor de SE-week?

11.27.2008

Snikken en grimlachjes

Waarom ik de loome nachten Met wrange tranen bedauw?
Ik weet niet wat ik liever deed,
Dan dat ik het zeggen zou.

En wou ik het ook zeggen,
Weet ik, of ik het wel kon?
Voor alles is er een oorzaak,
Maar hebben mijn tranen een bron?

-

Mijn hart was toegevroren,
Mijn tranen vloeiden niet meer.
Toen trof mij haar gloeiende blikstraal,
En de wateren ruischten weer.

O ware ik toch verdronken
In den bitterzilten vloed!
In brakke liefdestranen
Te smoren is honingzoet.

-

Als ik een bidder zie loopen,
Dan slaat mij 't hart zoo blij.
Dan denk ik hoe hij ook weldra
Uit bidden zal gaan voor mij.

~ Piet Paaltjens

11.15.2008

Schemerig café


Ik zat in een schemerig eetcafé toen ik hem zag.
Hij had rood haar en hij was een beetje oud.
Al snel zag hij mij en kwam naar mij toe.
Hij leek geinteresseerd en ik glimlachte.
Ik zag op een bordje dat hij Frans heette.
Die avond was hij niet van m'n schoot af te slaan.

Frans, de cafékat.

11.10.2008

words


Wetend dat je alles kunt zeggen,
maar niet wetend wat.
Te veel woorden in je hoofd,
hele zinnen en verhalen,
maar niet één in je mond.
Je zou het kunnen schreeuwen,
fluisteren, rijmen, zingen,
maar zeggen niet.
Er zijn genoeg woorden,
maar ik kan er maar niet op komen,
hoe het moet.
Uitdrukken, vertellen, je laten weten,
het onbeschrijfbare.
De missende woorden voor het gevoel
dat beschrijft wat ik wil zeggen.
Zolang je maar weet dat het voor jou is.

10.25.2008

Aya Kato


Via, via, via, via kwam ik op de site 'cheval noir' van Aya Kato.
Deze 25 jarige Japanse vrouw is kunstenares en ik vind haar werk geweldig.
Het is modern, toch traditioneel, Gustav Klimt en anime-achtig en super decoratief.
Haar werk uit 2003 en 2004 is geinspireerd op sprookjes, zo cool! Nou ja, kijk zelf maar op:


10.22.2008

Lose you tonight


Het was donker en ik kon de weg nauwelijks zien.
Alleen de lichten van scheepswerven kleurden de lucht. Mijn adem vormde condens in de lucht. Ik begon te rennen. De duisternis in. Weg van geluiden.
"Stel je eens voor dat er nu iets achter je aan rent." Die gedachte zette ik meteen uit m'n hoofd. Als ik voor me keek, leek alles te verdwijnen in een zwarte plek. Mijn ademhaling werd onrustig. Het geluid van schoenen op het asfalt, was het enige dat ik nog hoorde.
Na een tijd voelde ik mijn benen niet meer en ik zag niets. Ik rende slechts in het donker.
Mijn ademhaling werd onregelmatig, maar ik had het niet meer koud. Ik zakte steeds meer door m'n knieën. Het leek alsof m'n botten het gewicht niet aankonden. Maar ik kon niet stoppen.

Uiteindelijk hebben we toch een paar stukjes gelopen. Het laatste stuk terug wel gesprint. Helemaal kapot kwamen we weer thuis. Toch wel lekker, 's avonds even hardlopen.

Het punt is, als ik had geschreven: "Ik heb gisteravond hardgelopen," zou het toch saai zijn? Of doe ik te veel moeite door zo'n verhaaltje op te schrijven?
Waarom lees je dit eigenlijk?
Waarom willen mensen verhalen lezen?
Vluchten ze uit de realiteit of doen ze het uit verveling?
Wilt de mens alles weten? Elke zin, woord en letter tot zich nemen?
Zijn mensen nieuwsgierig?
Ik ben nieuwsgierig. Maar uit nieuwsgierigheid schrijf ik, zodat jij leest.
En daardoor beland ik weer in een vicieuze cirkel van filosofische gedachten.
Want ik ben vooral een denker.

10.13.2008

Aaarrgghhh

De universiteit komt steeds dichterbij. *bibber*

Wat, óh, wat... moet ik kiezen?

1. Talen en culturen van Japan in Leiden

2. Socialogie in Amsterdam

9.26.2008

Opvallend

Soms bekijk ik dingen alsof ik ze nog nooit heb gezien.
Zo zag ik dat onze servieskast eigenlijk heel raar is ingedeeld. Dat kruidnoten slechts kleine rondjes zijn. Dat wij een handdoek hebben met een luchtballon erop. Ik heb nog nooit gezien dat het een luchtballon was.
De dingen die zo gewend zijn, zie je eigenlijk niet meer. Ze zijn deel geworden van iets dat niet meer uit maakt. Alleen nieuwe dingen vallen op. Een nieuw T-shirt wil je vaker aan. Blijf je daarom ook nieuwe dingen kopen?
Maar al die nieuwe dingen stapelen zich weer op en zijn uiteindelijk niet meer nieuw.
En als je dat na jaren iets terug in de kast vindt, dat ooit zo nieuw was, valt het weer op. Dan denk je: 'Dat is lang geleden. Wat grappig dat ik dat weer vind.'
Dan is het heel even weer nieuw.

9.07.2008

Klimroutes

Rééds (5a)
The queen with the big boobies (5b)
Hoezo rommel? (5b)
Heb je er problemen mee? (5c) Yay!

8.31.2008

<3


Cillian Murphy + Jim Morrison = Wolf

^^

8.06.2008

78° Nord: Svalbard

De laatste schoolweek van 5 VWO maakten ik met vijftien anderen, waaronder drie begeleiders, wel een heel bijzonder schoolreisje. We gingen naar Bohemanflya: een schiereiland van Spitsbergen, op de Noordpool. Hier volgt mijn dagboek.
Voor mijn foto's kijk op mijn Photobucket.

Zaterdag 21 juni
Zes uur ging de wekker, want we moesten om kwart over acht op Schiphol zijn. Natuurlijk waren wij weer te laat. Inchecken en uitgebreid afscheid nemen. Handbagage checken, waar Laila en ik onze schoenen uit moesten doen. Nadat we in het sportcafé koffie hadden gedronken raakte ik in paniek omdat ik m’n boardingpass was vergeten bij het checken van onze handbagage. Gelukkig konden ze bij de gate een papiertje uitprinten, dat ook voldoende was.
Het vliegtuig leek kleiner dan ik had verwacht. Ik had immers nog nooit gevlogen. Ik had meteen contact met de crew: de stewardess haalde haar panty open aan m’n jas en zij gooide later per ongeluk water over mij heen. We stonden weer quitte. Het opstijgen voelde als een schommelschip in Duinrell, maar dan drie keer zo erg. En straks mogen we nog drie keer! Ik vond het landen wat minder leuk, want ik kreeg ontzettende oorpijn. Bart van Dalen, Pim, Laila, Dorien en ik kwamen kwart voor twee aan op Copenhagen. De rest van de groep had een andere vlucht: zij vlogen meteen door naar Oslo. Onze vlucht naar Oslo had vertraging. Gelukkig kon onze bagage in het vliegtuig blijven, want dit zelfde vliegtuig moesten we hebben naar Longyearbyen. Op Oslo troffen we de rest van de groep. Het was net zo lekker rustig… Dorien’s tas werd doorzocht, het bleek om een passer te gaan en Pim moest zijn schoenen uit doen. Bart werd gefouilleerd. Voor de derde keer opstijgen viel wel mee. De eerste keer kreeg ik toch zweethanden en een kriebelbuik. Deze vlucht ging via Tromsø. Het landschap werd steeds mooier. Onder mij kon ik al behoorlijke bergen met sneeuw zien. Boven de wolken vliegen vond ik ook erg mooi. Het voelde allemaal nog steeds onwerkelijk. Pim zag er inmiddels geelgroenig uit door de turbulentie. Vanaf Copenhagen werden we met een bus naar het vliegveld gebracht. Inmiddels was het kotszakje van Pim vol, geloof ik. Ik heb wel mooie foto’s vanuit het vliegtuig kunnen maken. Het vliegtuig zat vrij vol toen we vanaf Tromsø naar Longyearbyen vlogen. Wat moesten al deze mensen op Spitsbergen? We hadden van Dorien allemaal vlaggetjes voor het EK op ons hoofd gekregen. Aangekomen na een hele dag vliegen in Longyearbyen, zagen we de eerste ijsbeer. Hij was opgezet en stond in de hal van het vliegveld Longyear. Toen we onze rugzakken terug hadden, liepen we naar de camping. Het was windstil en er vlogen vliegjes rond, dat bijna nooit voorkwam in Longyearbyen. Pim was jarig en daarom trakteerde Jack op Hollandse kaas en worst. Ook kreeg Pim een fossiel en een ijsberenmagneet. We zetten de tenten om half 11 nog tomatensoep gegeten. ’s Nachts was er heel veel wind.

“Mind your step”
Zondag 22 juni
Met moeite m’n tas weer ingepakt. Alle zakjes waaiden weg en moesten we er achteraan hollen. Eén kon ik er helaas niet redden. Het was de eerste dag op de Noordpool al meteen raak. Door wind en hagel vanaf de camping naar het gebouw gelopen voor de boten. We zouden vandaag overgevaren worden naar het schiereiland Bohemanflya, dus over het IJsfjord. Op de één of andere manier raakte ik steeds achterop. Pim was vandaag de reddende engel: m’n regenhoes vloog weg en hij kon hem nog net pakken. Bij het gebouw kregen we enorme pakken aan, ook al was het de vraag of we wel over konden varen naar Bohemanflya. Met een busje en een soort sneeuwkarretje werden naar de haven gebracht, maar helaas was het te slecht weer. Om tijd te vullen zijn we naar het museum gegaan. Je moet hier overal je schoenen uit doen en heb ik een gruwel ondergaan: ik heb oranje Crocks gedragen. Het museum was wel leuk, allerlei dingen waren nagebouwd en er stonden veel beesten opgezet. Bij de papegaaiduikers dacht ik nog: “Zouden we die zien? Ik denk het niet...” Jack hield nog een presentatie over Willem Barentsz. Zelfs Bart en Jolanda waren aan het knikkenbollen. De Smeerenburg colllectie met kleding van Nederlanders was wel opmerkelijk. Het museum ging sluiten en we werden eruit gezet. We zijn nog even door het centrum van Longyearbyen gelopen, de supermarkt in en weer terug naar het gebouwtje, waar onze tassen nog lagen. Van heel dichtbij een paar rendieren gefotografeerd. Deze avond konden we nog steeds niet over het Ijsfjord, dus dat werd om half 5 ’s morgens klaarstaan. Na nasi cashew dus meteen naar bed, maar eerst weer de tent opzetten… wat vreselijk fout ging. Vannacht sliep Ant bij Margret en mij in de tent.

“Zelfs de leiding was aan het knikkenbollen.”

Maandag 23 juni
Om half 3 werden we gewekt en hebben we alles weer ingepakt. Ik had m’n brake-down bij het ontbijt.
De overtocht naar Bohemanflya vond ik echt gaaf. Lekker stuiteren op het water en… papegaaiduikers gezien! Bij aankomst lag er sneeuw, heel veel sneeuw. Een stukje gelopen door sneeuw en stroompjes om vervolgens op een stukje toendra/morenen ons kamp op te slaan. Onze sokken waren meteen al nat en Jack viel heel vaak in de sneeuw (waar hij niet meer uit kwam). We kregen onze wapeninstructie en Pim, Mike, Menno, Bart en Jack gingen op onderzoek uit. Het begon weer te regenen. Margret, Menno en ik zaten in onze tent thee te drinken, terwijl de rest in de regen stond. Om een uur of half 9 (’s ochtends) gingen we slapen. Ik werd om 14.00 wakker door m’n verstopte neus en m’n warme slaapzak. We kregen nog een taartje omdat Martijn jarig was.
Pim had als laatste berenwacht. Ik moest naar de wc, maar wilde de tent niet uit. Margret zat chocola te eten en haar bouquet te lezen. Soms vlogen er ganzen over. Het besef van tijd was al helemaal weg, mede door de zon die niet onder gaat. Ons bioritme verandert echt, maar goed dat Pia en Laila daar hun pws over houden. Er was één voorwaarde van deze reis: je moest je profielwerkstuk over iets van Spitsbergen houden. Pim en ik houden het over schelpen op Bohemanflya. Het was maar de vraag of we die zouden vinden, maar de eerste dag had ik al wat schelpen gevonden. Gelukkig, want bij de kust lag alleen maar sneeuw. ‘Vandaag’ hebben we van 20.30 - 2.45 geslapen en van 8.30 - 14.00. Wat nu de bedoeling is, weet ik ook niet meer. Eerste keer wild geplast op de Noordpool, terwijl Max, Pim en Martijn (met camera) ongeveer stonden te kijken. Toen we met z’n 5en buiten zaten scheen de zon over het witte landschap. We zijn omringd door bergen tussen de mist, het smeltwaterriviertje en een heleboel sneeuw. In de tent was het echt warm. Ganzen vlogen over, hun pootafdrukken stonden ook in de sneeuw. Het was raar om te bedenken dat het nu twee dagen zomer is en de jongens hier hun voorletter in de sneeuw staan te pissen. Het zonnetje wisselt zich af met regenbuitjes. Ik heb m’n schoenen maar binnen gezet. Vanmorgen moesten we dus door stroompjes en riviertjes lopen. Ik heb nu spijt dat ik geen gamaschen heb. Het liep allemaal in m’n schoen toen we tot onze kuiten door het water moesten. Een warme maaltijd gegeten om 18.30 daarna tas ingepakt. Onze tocht naar Rijpsburg ging beginnen. Ploeteren door de sneeuw. Het deed me een beetje denken aan Lord Of The Rings, als Frodo en The Fellowship over de Pass of Caradhras lopen. Soms kon ik op de sneeuw lopen als een Elf, terwijl de rest wegzakte. Van sneeuw tot deltawerken van water: we zijn er doorheengelopen. Iedereen’s schoenen nat, huilbuien… één en al drama. Pia die tot haar kont in het ijswater wegzakte. Ja, het was zwaar. Soms moet je een beetje eigenwijs zijn en loop je er met een andere tactiek omheen… Heel mooi uitzicht over het Ijsfjord. Misschien zeehonden gehoord. Wel een poolvosje gezien. Verder langs het ‘strand’ gelopen. Met wier en leisteenkliffen. (Foto van Pim)

“Het is nu twee dagen zomer en hier staan de jongens hun voorletter in de sneeuw te pissen.”

Dinsdag 24 juni, 3.06
Nu zitten we bij een kampvuur alle spullen te drogen. Bart heeft een nieuw motiefje op zijn sok (hij lag iets te dicht bij het vuur). Mijn schoenen liggen te dampen en door Mike werd ik naar m’n tas gedragen om m’n waterschoentjes aan te doen. Onderweg op het strand behoeften gedaan. En rendieren gezien, walviswervels en historisch hout.Ook mochten we schieten, helaas mis. Wel een lekkere adrenaline kick. Ik heb nog nooit zoveel gelopen, pijn gevoeld en honger gehad. Tien uur gelopen met 2 uur pauze. Ik ben het besef van tijd helemaal kwijt. Het is nu 9.30 en we zijn eindelijk aangekomen in het hutje van Rijpsburg. We zijn door ijs, sneeuw, water en moeras gegaan. Over rotsen en bergen. Iedereen zit nu als een papzak voor zich uit te staren of te gapen. We deden een poging om soep te maken, die min of meer was gelukt. Ik had wat hout gehakt voor de kolenkachel. Menno kocht van zijn tandarts 3 maanden geen harde dingen eten… lang leve de hartkeks. Dat is ongeveer het enige eten dat we hebben, samen met de trekkersmaaltijden. Ik ben van partner geruild, blijkbaar heb ik iets verkeerds gezegd tegen Margret. Eigenlijk wel beter. Samen met Dorien de tent opgezet en gaan slapen. Om 20.45 werden we gewekt en hebben we in het hutje een warme maaltijd gegeten. Een rondje gelopen langs de ingestorte kolenmijnen en weer poolvosjes gezien. Ze zijn echt lief! Daarna maakten we een wandeling van 5-6 uur naar de “Neus”.

“En ik mocht drie maanden geen harde dingen eten van de tandarts.”

Woensdag 25 juni
Het is nu 6.15. Wat claimborden gezien en rendieren. Dagboek van Hjalmar Johansen gelezen. Groepsfoto gemaakt met zelfontspanner. Bart wilde al mijn foto’s hebben, ik heb er nu al iets van 320. Langs de kust gewandeld. Ondertussen is Menno mijn loopmaatje geworden. Margret en Lisanne doen heel raar. Dorien vindt het ook niet leuk. Gaten in een steen waar een gletsjer heeft gelegen gezien. Kwam door een ronddraaiende steen. Menno was onderweg naar Rijpsburg z’n brander verloren en moest de hele groep op de terugweg weer natte voeten ondergaan om deze te vinden. Iedereen natuurlijk weer zeiken. Nu is het 10.15 en ik heb m’n eerste berenwacht. Ik zit op een steen, koude kont, met m’n rug naar de wind. Met handschoenen aan en alle kleding die ik heb schrijf ik. In de verte zie ik poolvosjes achter elkaar aan rennen en ik hoor vogeltjes fluiten. Ik heb het wapen op m’n rug. Ganzen vliegen over. Het is in de omgeving vooral moeras. Ijs en sneeuw is gesmolten, maar kan niet weg door de permafrost. We hebben veel dezelfde vegetatie gezien. Wit, groene, zwarte en oranje korstmossen. Casiope planten, roze en gele bloemetjes die alleen open zijn op hun bol waar de zon is en geelgroene frummels. Grasbolletjes en witte friemels. Menno zag nog een gewei, tenminste een halve, die ik mocht hebben. Ik ben nu maar achter een heuveltje gaan zitten en voel dat ik wil slapen. Er ligt nog veel sneeuw. Ik heb net twee helften van een onderkaak gevonden, waarschijnlijk van een poolvosje. Twee vogeltjes landden nieuwsgierig naast me. Ik denk dat ik de hartkeks nooit op ga krijgen, ze komen nu al m’n neus uit. Ik heb nog geen pakje op. Ik moet weer naar de wc, maar heb echt geen zin. Onderweg mijn plaspauze onze tent weer vastgezet. Toen ik weer zat, zat ie weer los. M’n handen zijn het enige die echt koud zijn. Ik vind het hier echt cool. Supermooi uitzicht: overal om je heen bergen met sneeuw. Je kunt vanaf hier Longyearbyen bijna zien liggen. Het lijkt alsof we dagen twee keer doen. We lopen, slapen, lopen en slapen weer op zegmaar één dag. Gister en eergister hadden we ook maar gewoon omgedraaid. We zitten nu op de helft en ik wou dat we eigenlijk al bijna aan het eind zaten. Straks gaan we weer warm eten een reis maken naar de grote gletsjer. Het woord deltawerken werd al genoemd. Tot mijn verbazing is het al 11.10. Dat betekent dat m’n berenwacht erop zit en ik Martijn wakker moet maken. Na een paar uur te hebben geslapen, aten we om 14.00 een warme maaltijd. Daarna weer tas ingepakt. Weer een immens lange tocht naar de gletsjer gemaakt. Door zee, ijs, sneeuw, moeras: alles weer bij elkaar. Onderweg konden Lisanne en Margret hun opmerkingen niet voor zich houden. Ook toen we bij het kampvuur zaten, nja, iedereen behalve ik (anders zag ik in de rook), deed ik volgens Lisanne helemaal niets, terwijl ik om benzine vroeg omdat ik met de branders bezig was…Jack zag nog een gewei liggen, dat wat groter bleek dan verwacht. Rillend van de kou hadden Dorien en ik de tent opgezet. Ook had ik een soort massagekliniek geopend. (Foto van Pim)

“In de verte zie ik poolvosjes achter elkaar aan rennen.”

Donderdag 26 juni
Bij het ontbijt werd Menno niet wakker en ging Bart naast zijn tent een schot lossen. De gasbrander dacht dat ie een grote bij was die een vliegtuig probeert bij te houden. Na het ontbijt gingen we langs de kust richting de gletsjer lopen. Ik kreeg die hartkeks echt niet weg en dus werd ik een beetje chagrijnig onderweg van de honger. De gletsjer was heel erg mooi, maar Jack wilde een berg gaan beklimmen die echt onmogelijk stijl leek. Ant was ongesteld geworden en had er ook geen zin meer in. Laila’s zool liet los en moest worden vastgemaakt met duktape. Vandaag hadden we eindelijk ons normale bioritme terug. Ook was het vandaag flauwe moppendag over de buschauffeur. De bergbeklimming ging heel goed, Max vond het alleen heel eng. Op een gegeven moment vonden Dorien, Pia, Laila en Bart het wel goed en bleven ze achter. De rest, waaronder ik gingen door tot de top. Plotseling zag ik het weer helemaal zitten en kwam na veel klimmen, glijden en ploeteren en zweten als tweede aan op een kam van de berg op 481 meter. Het uitzicht was geweldig: we konden over de toppen van andere bergen kijken en helemaal over de gletsjer. Ik had weer even voor schoolfotografe gespeeld en van iedereen een portret gemaakt. We moesten toch naar beneden, want we waren al z’n anderhalf uur weg. Ant en Margret waren toch halverwege nog blijven zitten. Margret zei helemaal bezweet en uitermate dramatisch: “Jack, ik kan niet meer!” De afdaling was niet goed voor de knieën, maar wel heel leuk. Door de sneeuw gleden we op onze kont naar beneden. Het was echt lachen totdat er een beetje paniek ontstond. In de verte zagen we een wit dier onze richting op lopen. Hij of zij was aan het rondsnuffelen en liep een beetje sloom. Zelfs Jack werd een beetje paniekerig. Stel dat het een echte pluisje was? Menno had op z’n camera een digitale telelens en kon een foto maken. Op de foto het meer een kruising tussen een konijn en een rendier. Opgelucht liepen we terug naar de rest van de groep en even later zagen een jong rendier weghuppelen. De achtergebleven mensen hadden het steenkoud en m’n schoenen sopten weer. Je went eraan. De terugreis was wel slopend, iedereen had honger. Het was 22.15 toen we terug kwamen en een warme maaltijd aten. Dorien had al drie dagen niet warm gegeten. Jack deed nog een poging om popcorn te maken. We wisten het programma nog niet van de volgende dag, maar we zouden om 20.00 opgehaald worden met de boot. Menno vroeg voordat hij te pletter zou vallen van een berg of we samen berenwacht zouden houden. (Bovenste foto van Menno)

“Flauwe moppendag.”

Vrijdag 27 juni
Het is 8.17 en ik dus met Menno bij het kampvuur chocola te eten. Ik heb m’n jas en schoenen uit: het is echt warm bij het vuur. Zoals de laatste twee dagen schijnt de nog (er kwam net een wolk voorbij toen ik dit schreef). M’n hoofd was nog warm van gister. Dit is de laatste dag op Bohemanflya en eigenlijk vind ik het jammer. Alhoewel ik het Ijsfjord zwemmend over zou steken om weer bij Wolf te zijn. ^^
Gisteravond hadden Dorien en ik het er nog over naar wie we als eerste zouden rennen als we weer op Schiphol zouden staan.
Ik heb zojuist gezwommen in het water van het Ijsfjord. We werden overgebracht met de boten naar Longyearbyen, alleen de golven waren 3 meter hoog. Ik had geen tijd op m’n pak dicht te doen en al m’n kleding was nat. Ik kreeg het gewoon niet meer warm. Afijn. Daarvoor hadden we nog een geweldige wandeling gemaakt, kuch. Een ‘berg’ op, maar wel een mooi uitzicht. Het was echt een rotdag, want ik kreeg het heel benauwd. Pia kon ook niet meer, Dorien en Ant ook niet. Margret kreeg ook weer een huilbui. Menno was heel flauw en dat is 9. Nog even opgewarmd in het campinggebouw en alle spullen opgehangen. Naar een gewone wc geweest en een lopende kraan. Het is hier wel heel onrustig vergeleken met Bohemanflya. Door de wind klapperde alles, auto’s, mensen en vliegtuigen. Met een trui aan van Menno en één van Pim hadden we de tent opgezet. Nog foto’s bekeken die ik had gemaakt van de slapende mensen (om ze wakker te maken). Vooral die van Jack is lachwekkend.

“De golven waren drie meter hoog… en dat is hoog!”

Zaterdag 28 juni
Om 10.00 werden we wakker gemaakt. Even een plens water in m’n gezicht gegooid en volgens mij ben ik bruin geworden! Mike was op de camping al zijn handschoenen kwijt en kreeg van een Duitse man oranje met roze schoonmaakhandschoenen te leen. Deze man kwam net binnen en zei: “Ik dacht al dat jullie groep terug was, ik zag de roze gloves liggen!” Inmiddels waren het kippen geworden.
We waren naar Longyearbyen gelopen, dat al een wandeling van anderhalf uur was. Bij het souvenirswinkeltje een patch en kaarten gekocht. Daarna zijn we naar de husky kennel gelopen. Er lagen eenden te broeden en er hingen zeehondenlijken. Dat was het eten van de honden. De husky’s zaten in redelijke hokken en sommige waren best lief. Een paar mensen werden nog aangevallen door vogels. Daarna gingen we voor de laatste keer door stroompjes en mochten we drie kwartier winkelen. Ik had voor Wolf een boxer gekocht met neukende ijsberen erop en water eten en drinken. Jack wilde nog even naar de gletsjer in Longyearbyen en dus deden we dat. Gelukkig mochten we kiezen of we mee gingen op fossielenjacht of nog even de stad in. Ik koos voor het laatste: lekker koffie gedronken met caramel en een meisje uit Assen gesproken die daar nu twee maanden woonde. Lisanne, Ant en Jolanda hadden chips en drinken voor de laatste avond gehaald. De rest kwam een uur later terug, toen wij allang hadden gegeten. Ook deze paar uur vond ik het heerlijk rustig, omdat Menno met de andere groep mee was. Nu zit ik met (nog steeds) een verbrand gezicht aan een tafeltje in het campinggebouw. Alvast de geweien ingepakt. We moesten nog een rondje vertellen wat we hadden geleerd van deze reis en of we grenzen hadden verlegd. Iedereen vond vooral het samenwerken en elkaar helpen het mooist. We sleepten elkaar er letterlijk en figuurlijk er doorheen. Ook weten we dat je niet zomaar doodgaat. Er is altijd wel een manier om verder te gaan.

“Je gaat niet zomaar dood.”

Zondag 29 juni
Na een week niet gedoucht te hebben, 24 uur op elkaars lip te hebben gezeten en alleen maar hartkeks als eten zitten Pim, Bart, Dorien en ik nu in het vliegtuig van Copenhagen naar
Amsterdam. De rest van de groep is waarschijnlijk nu al thuis. We vliegen nu op 2400 m hoogte en gaan 505 km/h. Hoe dichter ik bij thuis kom, hoe zenuwachtiger ik word. Het is raar om m’n ouders en Wolf straks weer te zien. Ze hebben geen idee wat we allemaal hebben meegemaakt. Ik heb in ieder geval genoeg foto’s en dit dagboek om te laten zien, maar waarschijnlijk is het eerste wat ik doe Wolf een berenknuffel geven.

“Turbulentie in m’n buik.”

Spitsbergengangers: 21 t/m 29 juni 2008

7.10.2008

Foto's Spitsbergen

Voor de foto's van onze reis naar Spitsbergen 2008:

Photobucket van Elaine

Dagboek komt eraan!

6.12.2008

Rothond!

'Jezus, wat een lui wijf,' was het eerste wat ik zei toen ik een vrouw zag.
Deze vrouw zat op een scooter en met een slakkengang ging ze vooruit. Ze sleepte haar benen mee om in balans te blijven. Er huppelde een bruine vermoeide hond achter haar. Ze keek om toen de hond aan een graspol bleef snuffelen en begon te schreeuwen. De hond bleef staan en ik zag dat de vrouw nog nijdiger werd. Ze liep moeizaam achteruit, scheeuwend en scheldend.
Uiteindelijk kwam de hond mee en reed ze verder over het grasveld (nog steeds op de scooter). Ze hobbelde heen en weer met haar chagrijnige hoofd toen ze van een stoepje af ging. De hond huppelde achter haar aan.

Waarom, dacht ik. Waarom zat ze op een scooter? En waarom schold ze dat beest uit?
Waarom neem je een hond als je niet wilt lopen of geduld hebt?
Af en toe snap ik mensen echt niet. Maar ze zijn wel leuk om naar te kijken...

6.05.2008

Pinkpop 2008

Vrijdag 30 mei, 2008

Om kwart over elf namen we de trein richting festivalterrein Megaland in Landgraaf, waar de negendertigste Pinkpop gehouden werd. Pinkpop is een groot popfestival, dat vanaf 1990 vermeld staat in het Guiness Record Boek als het oudste popfestival van Nederland en is het langstlopende jaarlijks terugkerende festival ter wereld, aldus festivalinfo.nl.

Voor het eerst vond het niet plaats tijdens het Pinksterweekend, maar gelukkig had ik deze dag vrij kunnen krijgen.

Na twee en een half uur kwamen we aan op station Heerlen, waar 3FM een dj had geïnstalleerd en harde rotmuziek op het perron liet horen. Samen met flink wat mensen wachtten we op de pendeltrein naar Landgraaf, waar we vervolgens met pendelbussen naar het festivalterrein werden gereden. In de rij voor de bus moesten we lachen om alle vreemde mensen die ook naar Pinkpop gingen.

Daarna was het een kwestie van de meute volgen, dan kwam je er vanzelf. Bij de ingang werd m’n camera ingenomen, omdat de lens te groot was, maar het eten in onze tas werd niet gezien. Helaas kregen we geen polsbandje, want we bleven maar één dag.

Toen we bovenaan de trappen stonden en over het terrein van Megaland keken, moest ik toch wel even slikken. Het was echt mega, mega groot en megadruk.

In de GM Next Stage tent speelde From First To Last als eerst en op het 3FM podium de Nederlandse band SAT2d. We hebben even naar From First To Last gekeken, maar na tien minuten liep de tent alweer leeg. Emocore/screamo was het toch niet helemaal.

Een half uur later opende Giel Beelen Pinkpop 2008 op de mainstage, door de schaar in de stropdas van staatssecretaris Timmermans te zetten. Toen begon pas het echte werk: de punkrock en Ierse folksband Flogging Molly. Geïnspireerd door The Pogues speelden ze hun vrolijke nummers en iedereen om ons heen stond te dansen en te springen. De sfeer zat er al meteen goed in. De zanger Dave King vond het leuk dat “Al those guys with Metallica shirts were singing along with Flogging Molly’. De band maakt deel uit van de groep artiesten die is verenigd in het Rock Against Bush project. Bij het nummer ‘Selfish man’ die opgedragen werd aan W. Bush gingen ook alle middelvingers de lucht in.

Onze magen begonnen te knorren na het optreden en we besloten Pinkpopfrietjes te eten met een beker Red Bull, om een beetje helder te blijven tussen de 60.000 bezoekers. Ik was erg verbaast toen we tussen al die mensen bekenden tegen kwamen van school.

Na onze praat-, eet- en plaspauze wurmden we ons weer tussen de menigte voor mijn lievelingsband Incubus. Deze band begon al metalband, maar dat verschoof in de jaren meer naar alternative rock. Je hoort veel invloeden van andere bands terug in hun muziek, wat het zeer gevarieerd maakt. Ze speelden wat nummers van hun nieuwste album “Light Grenades” en van oudere albums. Ook in hun teksten verwerken ze politieke kwesties. Het nummer “Megalomaniac” (waar ik echt kippenvel van kreeg) gaat bijvoorbeeld over de westerse politiek. Incubus speelde echt super goed live en het uur was zo voorbij.

We hebben ook nog even gekeken bij Alter Brigde en Porcupine Tree, terwijl eigenlijk iedereen zich al aan het voorbereiden was op de mainact van deze dag: Metallica. Het hele festival verzamelde zich bij de mainstage. Ze traden voor het eerst op in Nederland in 1984. Nu, vierentwintig jaar later, zijn ze één van de bekendste bands ter wereld. Ik vond het wel bijzonder om Metallica te zien en vooral hoe bijna alle 60.000 handen de lucht in gingen. Helaas konden we niet veel van het optreden zien, omdat we de laatste trein moesten halen. Uitgeput hadden we vier keer de weg terug naar het station moeten vragen, maar kwamen gelukkig op tijd aan. We waren zelfs een kwartier eerder thuis.

Dit was mijn eerste festival en ook al was ik er maar één dag, heb ik toch een aardig beeld gekregen hoe het er aan toe gaat. Het zijn veel mensen, daar moet je gewoon aan wennen. Ook neem ik volgende keer oordoppen mee. En ik zou nooit met een “Free hugs” bordje op Pinkpop gaan staan, dan loop je een grote kans versierd te worden door niet zulke leuke mensen. In ieder geval kan ik één ding van mijn verlanglijstje strepen: ik heb eindelijk na zoveel jaar Incubus gezien!

5.28.2008

Routes

Turkse viagra + antibiotica (5a)

Pluis (5b)

Turkse viagra + antibiotica (5a)

Pluis (5b)

5.22.2008

The Girl Who Turned into a Bed

The Girl Who Turned into a Bed


It happened that day
she picked up a strange pussy willow.
Her head swelled up white
and a soft as a pillow.

Her skin, which had turned
all flaky and rotten,
was now replaced
with 100% cotton.

Through her organs and torso
she sprouted like wings,
a beautiful set
of matress and springs.

It was so terribly strange
that I started to weep.
But at least after that
I had a nice place to sleep

- Tim Burton

4.21.2008

C9H13NO3


Sinds 7 weken klim ik elke week in de klimhal bij Sloterdijk.
Op het eerste gezicht lijkt het gewoon omhoog klimmen. Gewoon via de grepen je optrekken. Ik weet nu dat het veel meer is. Klimmen is meer dan een 'krachtsport'.
Het is logisch nadenken, oplossingen zoeken, behendig en lenig zijn en vooral, echt wel het belangrijkste, in jezelf geloven. Je kunt meer dan je denkt. En als je het gewoon doet, durf je meer dan je ooit had gedacht. Vorige week heb ik voor het eerst voorgeklommen. Daarbij loopt er niet al een touw via de bovenkant van de muur naar beneden, maar moet je jezelf steeds vastklippen. Als je dan valt, val je terug naar je laatste haak. Soms is dat wel een paar meter. Onze trainer vindt dat je niet bang moet zijn om te vallen, dus mogen we de laatste haak ook niet vastmaken. Om jezelf dan te laten vallen, geeft echt een adrenaline-kick. Ook deden we een soort zelfmoord-actie. Op ongeveer 14 meter mochten we van het abseilplatform springen. Die gemene Tony liet me natuurlijk weer een vrije val maken...
M'n hele lichaam zei, toen ik daarboven stond, niet springen. Je doet iets tegen alle logica in. Een mens is niet gemaakt om ergens vanaf te springen. Maar toch doe je het en voel je echt
de adrenaline door je lichaam stromen. Daarna voelde ik me op de één of andere manier zelfverzekerd. Elke keer overwin je iets.
Hopelijk kan ik mee naar Luxemburg in de mei vakantie. Dan gaan we in de natuur klimmen. Het échte klimmen zegmaar. Tot die tijd ga ik proberen in ieder geval de 5c te halen. ^^

Vorige week ook geklommen:
...En Piet. (5a)
Der Freddie (4)
Elise, hoe lang nog? (5b)

4.06.2008

I've always wanted a Panda











3.24.2008

Blindfolded

Always looking,
looking for a better one.
The one who is more interesting,
more adventurous.
But not knowing you cannot see
when you are blindfolded.

Because you are.

2.17.2008

My dreams but a drop of fuel for a nightmare

De zanger van U2, Bono zat aan een tafeltje in de aula van het St. Michaël College.
Hij zag er precies uit als in de clip van "Vertigo". Terwijl ik over mijn moeder vertelde dat ze zo'n grote fan van hem was, zocht ik naar mijn mobiel om een foto te maken. Ik had hem niet bij mij, dus pakte ik mijn agenda en vroeg om een handtekening. Wat ik wel bij me had, waren Scooby-Doo-touwtjes. Bono wilde alleen de roze hebben en had er eentje voor mij gemaakt. Ik vertelde dat mijn 'boyfriend' ook van roze hield, maar hij reageerde daar niet op. Toen ik later thuis kwam was mijn moeder erg verbaasd toen ik dit vertelde.

Dromen zijn één van de meest mysterieuze dingen in het leven. De ene keer is het een samenvatting van de dag en een andere keer lijkt het net alsof je in een, tsja, droomwereld zit. Vroeger dacht men dat het een bericht van de Goden was, of een voorspelling. Ook werden dromen gebruikt in de kunst, denk maar aan het Surrealisme en in de psychologie (Sigmund Freud).
Het stukje over Bono heb ik geschreven op 11 december 2004 in mijn Dromendagboek. Vanaf die dag heb ik bijna twee jaar geprobeerd mijn dromen te onthouden en elke dag op te schrijven. Dat lukte niet zo maar. Ongeveer 15% van alle mensen onthoudt eigenlijk nooit een droom. Vaak herinneren zij zich nog wel een kinderdroom. Zo'n 5% van de mensen onthoudt meer dan één per nacht en gemiddeld onthouden we zo'n twee à drie dromen per week. Maar waarom lukte mij het dan uiteindelijk bijna elke dag?
Ik had wat tips opgezocht hoe je beter je dromen kunt onthouden. Eén daarvan is voordat je gaat slapen jezelf ervan overtuigen dat je je droom gaat onthouden. Ik ben het zinnetje "Ik onthoud mijn droom" blijven herhalen in mijn hoofd, tot dat ik in slaap viel. En het heeft geholpen.
Een andere tip: als je wakker wordt met een bepaald gevoel of nog bepaalde delen uit je droom weet, blijf dan rustig liggen en concentreer je op je droom. Langzaam zal alles terug komen. Als je het meeste weer weet, kun je dat opschrijven. Hoe vaker ik dit gedaan heb, hoe vaker ik mijn dromen heb onthouden.
Het resultaat is dat ik nu ik mijn dromen weer terug lees, ik precies het gevoel krijg als ik dat ik in die droom had. Hoe bang ik was, of hoe gelukkig ik mij voelde.
De laatste droom die ik heb opgeschreven was op 25 juli 2007. Al een hele tijd terug. De laatste weken onthoud ik bijna elke dag mijn droom en ze worden steeds vreemder. Het worden haast nachtmerries. Ik ga ze, denk ik, weer op papier zetten, als een soort ordening. Want soms lijken ze zo echt, dat het mijn denken beïnvloed als ik wakker ben.
Zouden dromen echt je denken kunnen beïnvloeden? Of zelfs je gedrag? Als je weer naar de psychologie kijkt, zou het kunnen. Psychoses of wanen zijn toch ook een soort droombeelden. Ik denk dat we er nooit helemaal achter zullen komen wat dromen nou precies zijn. Laat staan wat ze voor ons betekenen.

Moge de sterren vannacht over u waken. En droom zacht. ^^

2.11.2008

XY / XX

Mogen mannen zichzelf feministisch noemen?

2.01.2008

Uitgestrekte hand


Peut-être nous avons besoin de la main aidente.