8.31.2008

<3


Cillian Murphy + Jim Morrison = Wolf

^^

8.06.2008

78° Nord: Svalbard

De laatste schoolweek van 5 VWO maakten ik met vijftien anderen, waaronder drie begeleiders, wel een heel bijzonder schoolreisje. We gingen naar Bohemanflya: een schiereiland van Spitsbergen, op de Noordpool. Hier volgt mijn dagboek.
Voor mijn foto's kijk op mijn Photobucket.

Zaterdag 21 juni
Zes uur ging de wekker, want we moesten om kwart over acht op Schiphol zijn. Natuurlijk waren wij weer te laat. Inchecken en uitgebreid afscheid nemen. Handbagage checken, waar Laila en ik onze schoenen uit moesten doen. Nadat we in het sportcafé koffie hadden gedronken raakte ik in paniek omdat ik m’n boardingpass was vergeten bij het checken van onze handbagage. Gelukkig konden ze bij de gate een papiertje uitprinten, dat ook voldoende was.
Het vliegtuig leek kleiner dan ik had verwacht. Ik had immers nog nooit gevlogen. Ik had meteen contact met de crew: de stewardess haalde haar panty open aan m’n jas en zij gooide later per ongeluk water over mij heen. We stonden weer quitte. Het opstijgen voelde als een schommelschip in Duinrell, maar dan drie keer zo erg. En straks mogen we nog drie keer! Ik vond het landen wat minder leuk, want ik kreeg ontzettende oorpijn. Bart van Dalen, Pim, Laila, Dorien en ik kwamen kwart voor twee aan op Copenhagen. De rest van de groep had een andere vlucht: zij vlogen meteen door naar Oslo. Onze vlucht naar Oslo had vertraging. Gelukkig kon onze bagage in het vliegtuig blijven, want dit zelfde vliegtuig moesten we hebben naar Longyearbyen. Op Oslo troffen we de rest van de groep. Het was net zo lekker rustig… Dorien’s tas werd doorzocht, het bleek om een passer te gaan en Pim moest zijn schoenen uit doen. Bart werd gefouilleerd. Voor de derde keer opstijgen viel wel mee. De eerste keer kreeg ik toch zweethanden en een kriebelbuik. Deze vlucht ging via Tromsø. Het landschap werd steeds mooier. Onder mij kon ik al behoorlijke bergen met sneeuw zien. Boven de wolken vliegen vond ik ook erg mooi. Het voelde allemaal nog steeds onwerkelijk. Pim zag er inmiddels geelgroenig uit door de turbulentie. Vanaf Copenhagen werden we met een bus naar het vliegveld gebracht. Inmiddels was het kotszakje van Pim vol, geloof ik. Ik heb wel mooie foto’s vanuit het vliegtuig kunnen maken. Het vliegtuig zat vrij vol toen we vanaf Tromsø naar Longyearbyen vlogen. Wat moesten al deze mensen op Spitsbergen? We hadden van Dorien allemaal vlaggetjes voor het EK op ons hoofd gekregen. Aangekomen na een hele dag vliegen in Longyearbyen, zagen we de eerste ijsbeer. Hij was opgezet en stond in de hal van het vliegveld Longyear. Toen we onze rugzakken terug hadden, liepen we naar de camping. Het was windstil en er vlogen vliegjes rond, dat bijna nooit voorkwam in Longyearbyen. Pim was jarig en daarom trakteerde Jack op Hollandse kaas en worst. Ook kreeg Pim een fossiel en een ijsberenmagneet. We zetten de tenten om half 11 nog tomatensoep gegeten. ’s Nachts was er heel veel wind.

“Mind your step”
Zondag 22 juni
Met moeite m’n tas weer ingepakt. Alle zakjes waaiden weg en moesten we er achteraan hollen. Eén kon ik er helaas niet redden. Het was de eerste dag op de Noordpool al meteen raak. Door wind en hagel vanaf de camping naar het gebouw gelopen voor de boten. We zouden vandaag overgevaren worden naar het schiereiland Bohemanflya, dus over het IJsfjord. Op de één of andere manier raakte ik steeds achterop. Pim was vandaag de reddende engel: m’n regenhoes vloog weg en hij kon hem nog net pakken. Bij het gebouw kregen we enorme pakken aan, ook al was het de vraag of we wel over konden varen naar Bohemanflya. Met een busje en een soort sneeuwkarretje werden naar de haven gebracht, maar helaas was het te slecht weer. Om tijd te vullen zijn we naar het museum gegaan. Je moet hier overal je schoenen uit doen en heb ik een gruwel ondergaan: ik heb oranje Crocks gedragen. Het museum was wel leuk, allerlei dingen waren nagebouwd en er stonden veel beesten opgezet. Bij de papegaaiduikers dacht ik nog: “Zouden we die zien? Ik denk het niet...” Jack hield nog een presentatie over Willem Barentsz. Zelfs Bart en Jolanda waren aan het knikkenbollen. De Smeerenburg colllectie met kleding van Nederlanders was wel opmerkelijk. Het museum ging sluiten en we werden eruit gezet. We zijn nog even door het centrum van Longyearbyen gelopen, de supermarkt in en weer terug naar het gebouwtje, waar onze tassen nog lagen. Van heel dichtbij een paar rendieren gefotografeerd. Deze avond konden we nog steeds niet over het Ijsfjord, dus dat werd om half 5 ’s morgens klaarstaan. Na nasi cashew dus meteen naar bed, maar eerst weer de tent opzetten… wat vreselijk fout ging. Vannacht sliep Ant bij Margret en mij in de tent.

“Zelfs de leiding was aan het knikkenbollen.”

Maandag 23 juni
Om half 3 werden we gewekt en hebben we alles weer ingepakt. Ik had m’n brake-down bij het ontbijt.
De overtocht naar Bohemanflya vond ik echt gaaf. Lekker stuiteren op het water en… papegaaiduikers gezien! Bij aankomst lag er sneeuw, heel veel sneeuw. Een stukje gelopen door sneeuw en stroompjes om vervolgens op een stukje toendra/morenen ons kamp op te slaan. Onze sokken waren meteen al nat en Jack viel heel vaak in de sneeuw (waar hij niet meer uit kwam). We kregen onze wapeninstructie en Pim, Mike, Menno, Bart en Jack gingen op onderzoek uit. Het begon weer te regenen. Margret, Menno en ik zaten in onze tent thee te drinken, terwijl de rest in de regen stond. Om een uur of half 9 (’s ochtends) gingen we slapen. Ik werd om 14.00 wakker door m’n verstopte neus en m’n warme slaapzak. We kregen nog een taartje omdat Martijn jarig was.
Pim had als laatste berenwacht. Ik moest naar de wc, maar wilde de tent niet uit. Margret zat chocola te eten en haar bouquet te lezen. Soms vlogen er ganzen over. Het besef van tijd was al helemaal weg, mede door de zon die niet onder gaat. Ons bioritme verandert echt, maar goed dat Pia en Laila daar hun pws over houden. Er was één voorwaarde van deze reis: je moest je profielwerkstuk over iets van Spitsbergen houden. Pim en ik houden het over schelpen op Bohemanflya. Het was maar de vraag of we die zouden vinden, maar de eerste dag had ik al wat schelpen gevonden. Gelukkig, want bij de kust lag alleen maar sneeuw. ‘Vandaag’ hebben we van 20.30 - 2.45 geslapen en van 8.30 - 14.00. Wat nu de bedoeling is, weet ik ook niet meer. Eerste keer wild geplast op de Noordpool, terwijl Max, Pim en Martijn (met camera) ongeveer stonden te kijken. Toen we met z’n 5en buiten zaten scheen de zon over het witte landschap. We zijn omringd door bergen tussen de mist, het smeltwaterriviertje en een heleboel sneeuw. In de tent was het echt warm. Ganzen vlogen over, hun pootafdrukken stonden ook in de sneeuw. Het was raar om te bedenken dat het nu twee dagen zomer is en de jongens hier hun voorletter in de sneeuw staan te pissen. Het zonnetje wisselt zich af met regenbuitjes. Ik heb m’n schoenen maar binnen gezet. Vanmorgen moesten we dus door stroompjes en riviertjes lopen. Ik heb nu spijt dat ik geen gamaschen heb. Het liep allemaal in m’n schoen toen we tot onze kuiten door het water moesten. Een warme maaltijd gegeten om 18.30 daarna tas ingepakt. Onze tocht naar Rijpsburg ging beginnen. Ploeteren door de sneeuw. Het deed me een beetje denken aan Lord Of The Rings, als Frodo en The Fellowship over de Pass of Caradhras lopen. Soms kon ik op de sneeuw lopen als een Elf, terwijl de rest wegzakte. Van sneeuw tot deltawerken van water: we zijn er doorheengelopen. Iedereen’s schoenen nat, huilbuien… één en al drama. Pia die tot haar kont in het ijswater wegzakte. Ja, het was zwaar. Soms moet je een beetje eigenwijs zijn en loop je er met een andere tactiek omheen… Heel mooi uitzicht over het Ijsfjord. Misschien zeehonden gehoord. Wel een poolvosje gezien. Verder langs het ‘strand’ gelopen. Met wier en leisteenkliffen. (Foto van Pim)

“Het is nu twee dagen zomer en hier staan de jongens hun voorletter in de sneeuw te pissen.”

Dinsdag 24 juni, 3.06
Nu zitten we bij een kampvuur alle spullen te drogen. Bart heeft een nieuw motiefje op zijn sok (hij lag iets te dicht bij het vuur). Mijn schoenen liggen te dampen en door Mike werd ik naar m’n tas gedragen om m’n waterschoentjes aan te doen. Onderweg op het strand behoeften gedaan. En rendieren gezien, walviswervels en historisch hout.Ook mochten we schieten, helaas mis. Wel een lekkere adrenaline kick. Ik heb nog nooit zoveel gelopen, pijn gevoeld en honger gehad. Tien uur gelopen met 2 uur pauze. Ik ben het besef van tijd helemaal kwijt. Het is nu 9.30 en we zijn eindelijk aangekomen in het hutje van Rijpsburg. We zijn door ijs, sneeuw, water en moeras gegaan. Over rotsen en bergen. Iedereen zit nu als een papzak voor zich uit te staren of te gapen. We deden een poging om soep te maken, die min of meer was gelukt. Ik had wat hout gehakt voor de kolenkachel. Menno kocht van zijn tandarts 3 maanden geen harde dingen eten… lang leve de hartkeks. Dat is ongeveer het enige eten dat we hebben, samen met de trekkersmaaltijden. Ik ben van partner geruild, blijkbaar heb ik iets verkeerds gezegd tegen Margret. Eigenlijk wel beter. Samen met Dorien de tent opgezet en gaan slapen. Om 20.45 werden we gewekt en hebben we in het hutje een warme maaltijd gegeten. Een rondje gelopen langs de ingestorte kolenmijnen en weer poolvosjes gezien. Ze zijn echt lief! Daarna maakten we een wandeling van 5-6 uur naar de “Neus”.

“En ik mocht drie maanden geen harde dingen eten van de tandarts.”

Woensdag 25 juni
Het is nu 6.15. Wat claimborden gezien en rendieren. Dagboek van Hjalmar Johansen gelezen. Groepsfoto gemaakt met zelfontspanner. Bart wilde al mijn foto’s hebben, ik heb er nu al iets van 320. Langs de kust gewandeld. Ondertussen is Menno mijn loopmaatje geworden. Margret en Lisanne doen heel raar. Dorien vindt het ook niet leuk. Gaten in een steen waar een gletsjer heeft gelegen gezien. Kwam door een ronddraaiende steen. Menno was onderweg naar Rijpsburg z’n brander verloren en moest de hele groep op de terugweg weer natte voeten ondergaan om deze te vinden. Iedereen natuurlijk weer zeiken. Nu is het 10.15 en ik heb m’n eerste berenwacht. Ik zit op een steen, koude kont, met m’n rug naar de wind. Met handschoenen aan en alle kleding die ik heb schrijf ik. In de verte zie ik poolvosjes achter elkaar aan rennen en ik hoor vogeltjes fluiten. Ik heb het wapen op m’n rug. Ganzen vliegen over. Het is in de omgeving vooral moeras. Ijs en sneeuw is gesmolten, maar kan niet weg door de permafrost. We hebben veel dezelfde vegetatie gezien. Wit, groene, zwarte en oranje korstmossen. Casiope planten, roze en gele bloemetjes die alleen open zijn op hun bol waar de zon is en geelgroene frummels. Grasbolletjes en witte friemels. Menno zag nog een gewei, tenminste een halve, die ik mocht hebben. Ik ben nu maar achter een heuveltje gaan zitten en voel dat ik wil slapen. Er ligt nog veel sneeuw. Ik heb net twee helften van een onderkaak gevonden, waarschijnlijk van een poolvosje. Twee vogeltjes landden nieuwsgierig naast me. Ik denk dat ik de hartkeks nooit op ga krijgen, ze komen nu al m’n neus uit. Ik heb nog geen pakje op. Ik moet weer naar de wc, maar heb echt geen zin. Onderweg mijn plaspauze onze tent weer vastgezet. Toen ik weer zat, zat ie weer los. M’n handen zijn het enige die echt koud zijn. Ik vind het hier echt cool. Supermooi uitzicht: overal om je heen bergen met sneeuw. Je kunt vanaf hier Longyearbyen bijna zien liggen. Het lijkt alsof we dagen twee keer doen. We lopen, slapen, lopen en slapen weer op zegmaar één dag. Gister en eergister hadden we ook maar gewoon omgedraaid. We zitten nu op de helft en ik wou dat we eigenlijk al bijna aan het eind zaten. Straks gaan we weer warm eten een reis maken naar de grote gletsjer. Het woord deltawerken werd al genoemd. Tot mijn verbazing is het al 11.10. Dat betekent dat m’n berenwacht erop zit en ik Martijn wakker moet maken. Na een paar uur te hebben geslapen, aten we om 14.00 een warme maaltijd. Daarna weer tas ingepakt. Weer een immens lange tocht naar de gletsjer gemaakt. Door zee, ijs, sneeuw, moeras: alles weer bij elkaar. Onderweg konden Lisanne en Margret hun opmerkingen niet voor zich houden. Ook toen we bij het kampvuur zaten, nja, iedereen behalve ik (anders zag ik in de rook), deed ik volgens Lisanne helemaal niets, terwijl ik om benzine vroeg omdat ik met de branders bezig was…Jack zag nog een gewei liggen, dat wat groter bleek dan verwacht. Rillend van de kou hadden Dorien en ik de tent opgezet. Ook had ik een soort massagekliniek geopend. (Foto van Pim)

“In de verte zie ik poolvosjes achter elkaar aan rennen.”

Donderdag 26 juni
Bij het ontbijt werd Menno niet wakker en ging Bart naast zijn tent een schot lossen. De gasbrander dacht dat ie een grote bij was die een vliegtuig probeert bij te houden. Na het ontbijt gingen we langs de kust richting de gletsjer lopen. Ik kreeg die hartkeks echt niet weg en dus werd ik een beetje chagrijnig onderweg van de honger. De gletsjer was heel erg mooi, maar Jack wilde een berg gaan beklimmen die echt onmogelijk stijl leek. Ant was ongesteld geworden en had er ook geen zin meer in. Laila’s zool liet los en moest worden vastgemaakt met duktape. Vandaag hadden we eindelijk ons normale bioritme terug. Ook was het vandaag flauwe moppendag over de buschauffeur. De bergbeklimming ging heel goed, Max vond het alleen heel eng. Op een gegeven moment vonden Dorien, Pia, Laila en Bart het wel goed en bleven ze achter. De rest, waaronder ik gingen door tot de top. Plotseling zag ik het weer helemaal zitten en kwam na veel klimmen, glijden en ploeteren en zweten als tweede aan op een kam van de berg op 481 meter. Het uitzicht was geweldig: we konden over de toppen van andere bergen kijken en helemaal over de gletsjer. Ik had weer even voor schoolfotografe gespeeld en van iedereen een portret gemaakt. We moesten toch naar beneden, want we waren al z’n anderhalf uur weg. Ant en Margret waren toch halverwege nog blijven zitten. Margret zei helemaal bezweet en uitermate dramatisch: “Jack, ik kan niet meer!” De afdaling was niet goed voor de knieën, maar wel heel leuk. Door de sneeuw gleden we op onze kont naar beneden. Het was echt lachen totdat er een beetje paniek ontstond. In de verte zagen we een wit dier onze richting op lopen. Hij of zij was aan het rondsnuffelen en liep een beetje sloom. Zelfs Jack werd een beetje paniekerig. Stel dat het een echte pluisje was? Menno had op z’n camera een digitale telelens en kon een foto maken. Op de foto het meer een kruising tussen een konijn en een rendier. Opgelucht liepen we terug naar de rest van de groep en even later zagen een jong rendier weghuppelen. De achtergebleven mensen hadden het steenkoud en m’n schoenen sopten weer. Je went eraan. De terugreis was wel slopend, iedereen had honger. Het was 22.15 toen we terug kwamen en een warme maaltijd aten. Dorien had al drie dagen niet warm gegeten. Jack deed nog een poging om popcorn te maken. We wisten het programma nog niet van de volgende dag, maar we zouden om 20.00 opgehaald worden met de boot. Menno vroeg voordat hij te pletter zou vallen van een berg of we samen berenwacht zouden houden. (Bovenste foto van Menno)

“Flauwe moppendag.”

Vrijdag 27 juni
Het is 8.17 en ik dus met Menno bij het kampvuur chocola te eten. Ik heb m’n jas en schoenen uit: het is echt warm bij het vuur. Zoals de laatste twee dagen schijnt de nog (er kwam net een wolk voorbij toen ik dit schreef). M’n hoofd was nog warm van gister. Dit is de laatste dag op Bohemanflya en eigenlijk vind ik het jammer. Alhoewel ik het Ijsfjord zwemmend over zou steken om weer bij Wolf te zijn. ^^
Gisteravond hadden Dorien en ik het er nog over naar wie we als eerste zouden rennen als we weer op Schiphol zouden staan.
Ik heb zojuist gezwommen in het water van het Ijsfjord. We werden overgebracht met de boten naar Longyearbyen, alleen de golven waren 3 meter hoog. Ik had geen tijd op m’n pak dicht te doen en al m’n kleding was nat. Ik kreeg het gewoon niet meer warm. Afijn. Daarvoor hadden we nog een geweldige wandeling gemaakt, kuch. Een ‘berg’ op, maar wel een mooi uitzicht. Het was echt een rotdag, want ik kreeg het heel benauwd. Pia kon ook niet meer, Dorien en Ant ook niet. Margret kreeg ook weer een huilbui. Menno was heel flauw en dat is 9. Nog even opgewarmd in het campinggebouw en alle spullen opgehangen. Naar een gewone wc geweest en een lopende kraan. Het is hier wel heel onrustig vergeleken met Bohemanflya. Door de wind klapperde alles, auto’s, mensen en vliegtuigen. Met een trui aan van Menno en één van Pim hadden we de tent opgezet. Nog foto’s bekeken die ik had gemaakt van de slapende mensen (om ze wakker te maken). Vooral die van Jack is lachwekkend.

“De golven waren drie meter hoog… en dat is hoog!”

Zaterdag 28 juni
Om 10.00 werden we wakker gemaakt. Even een plens water in m’n gezicht gegooid en volgens mij ben ik bruin geworden! Mike was op de camping al zijn handschoenen kwijt en kreeg van een Duitse man oranje met roze schoonmaakhandschoenen te leen. Deze man kwam net binnen en zei: “Ik dacht al dat jullie groep terug was, ik zag de roze gloves liggen!” Inmiddels waren het kippen geworden.
We waren naar Longyearbyen gelopen, dat al een wandeling van anderhalf uur was. Bij het souvenirswinkeltje een patch en kaarten gekocht. Daarna zijn we naar de husky kennel gelopen. Er lagen eenden te broeden en er hingen zeehondenlijken. Dat was het eten van de honden. De husky’s zaten in redelijke hokken en sommige waren best lief. Een paar mensen werden nog aangevallen door vogels. Daarna gingen we voor de laatste keer door stroompjes en mochten we drie kwartier winkelen. Ik had voor Wolf een boxer gekocht met neukende ijsberen erop en water eten en drinken. Jack wilde nog even naar de gletsjer in Longyearbyen en dus deden we dat. Gelukkig mochten we kiezen of we mee gingen op fossielenjacht of nog even de stad in. Ik koos voor het laatste: lekker koffie gedronken met caramel en een meisje uit Assen gesproken die daar nu twee maanden woonde. Lisanne, Ant en Jolanda hadden chips en drinken voor de laatste avond gehaald. De rest kwam een uur later terug, toen wij allang hadden gegeten. Ook deze paar uur vond ik het heerlijk rustig, omdat Menno met de andere groep mee was. Nu zit ik met (nog steeds) een verbrand gezicht aan een tafeltje in het campinggebouw. Alvast de geweien ingepakt. We moesten nog een rondje vertellen wat we hadden geleerd van deze reis en of we grenzen hadden verlegd. Iedereen vond vooral het samenwerken en elkaar helpen het mooist. We sleepten elkaar er letterlijk en figuurlijk er doorheen. Ook weten we dat je niet zomaar doodgaat. Er is altijd wel een manier om verder te gaan.

“Je gaat niet zomaar dood.”

Zondag 29 juni
Na een week niet gedoucht te hebben, 24 uur op elkaars lip te hebben gezeten en alleen maar hartkeks als eten zitten Pim, Bart, Dorien en ik nu in het vliegtuig van Copenhagen naar
Amsterdam. De rest van de groep is waarschijnlijk nu al thuis. We vliegen nu op 2400 m hoogte en gaan 505 km/h. Hoe dichter ik bij thuis kom, hoe zenuwachtiger ik word. Het is raar om m’n ouders en Wolf straks weer te zien. Ze hebben geen idee wat we allemaal hebben meegemaakt. Ik heb in ieder geval genoeg foto’s en dit dagboek om te laten zien, maar waarschijnlijk is het eerste wat ik doe Wolf een berenknuffel geven.

“Turbulentie in m’n buik.”

Spitsbergengangers: 21 t/m 29 juni 2008