Schotland

29 juli t/m 12 augustus 2007
Zondag 29 juli

Om half vier ’s middags vertrokken we met een volle auto van huis. Achterin zat ik volgebouwd met een pak drinken en een zak snoepjes op m’n schoot. In vergelijking met de vorige keren dat ik naar Engeland ging, stapten we nu in Ijmuiden op, dat scheelde zo’n vijf en een half uur rijden denk ik. Aangekomen op de boot, pardon, schip ‘The Princess of Norway’ uit KØbenhaven (Kopenhagen is volgens mij toch echt de hoofdstad van Denemarken) parkeerden we auto op autodek 5 toen deze verdieping omhooggehezen werd. In de aankomsthal vroeg een man in een papegaaienpak: ‘Where is your smile? Your smile’s gone!’ We vluchtten snel naar buiten op het dek. Daar zat een hele dikke meeuw te bedelen bij twee Duitsers, The flying Banjer. We zouden vertrekken zodra de vijftien of vijftig (dat verstond ik niet) missende auto’s aan boord waren.
Het waaide hard toen het schip draaide om de haven uit te varen en we besloten iets te gaan eten. Dat werd een hamburger, patat en voor mij een tonijnsalade. Daarna hebben we even op het overdekte buitenterras naar de ondergaande zon gekeken.
Daarna nog een drankje (Bailey’s, yay!) gedronken in de Navigatorsbar waar een man gitaar zat te spelen. Een (dronken) Duitser gaf hem geld en haalde een biertje uit zijn binnenzak. Verrast keek de gitarist op en zei: ‘How the fuck did you do that?!’
Ik ben even later naar onze hut gegaan en gaan slapen. Heel gaaf, als je het kaartje in dat ding stopt zodat de deur van je hut opengaat, hoor je zo’n Star Trek geluidje.
‘Op een zonnige zondagavond heb ik de zon in de Noorderzee zien zakken.’
Monday, July 30
Door windstoten en technische problemen hadden we vertraging van een paar uur. Ik vond het niet zo heel erg, kon ik nog even uitslapen en er was gratis cake en thee. We waren al snel in de haven van Newcastle en na enig speurwerk vonden we de auto terug. Van Newcastle reden we naar een klein dorpje Bellingham. Daar hadden we een korte stop gemaakt om te plassen en cheese scones gekocht (zit net tussen cake en brood in). Verder was het wel een stuk rijden, maar we waren wel al in Schotland! Op de grens was een uitkijkpunt, waar we ook nog even waren gestopt.
In Schotland werden we na elke bocht weer verrast door het prachtige uitzicht. De TomTom leidde ons naar Tibbie Sheils Inn, een klein hotel gerund door Mrs. Jill Brown. Wij mochten op het landje naast het hotel kamperen. Zo’n vijftig meter hiervan lopen lag het St. Mary’s Loch, waar gevist kan worden.
Volgegeten met boerenkool (uit een pakje) vluchtte ik naar mijn tent voor de kleine vliegjes. M’n ouders hadden nog een wandelingetje gemaakt en daarna zijn René en ik nog iets gaan drinken bij Mrs. Brown. Ik was blij toen het elf uur was en de bar ging sluiten; de oude vrouw vertelde eindeloze verhalen over haar vakanties, het hotel en scoutingkinderen. Na een sterke kop thee en een halve pint Guinness ging ik naar bed.
'De heuvels van Engeland hebben plaatsgemaakt voor de bergen van Schotland.’
Tuesday, July 31 Om ongeveer negen uur werd ik wakker. Het was bloedheet in mijn tent, dat betekende dat de zon scheen. Ontbeten, tanden gepoetst en voor de tweede keer deze morgen naar het kleine, vieze wctje. Ik deed m’n broek dicht en schrok me helemaal te pletter. Drie of vier straaljagers kwamen heel laag overvliegen en dat maakt echt heel veel kabaal. Ik hield letterlijk m’n armen over mijn hoofd van schrik en trillend als een rietje kwam ik de wc uit en zag m’n ouders naar de lucht kijken.

We reden een stukje terug naar het toeristische stadje Melrose en gingen daar onze eerste wandeling maken over de Eildon Hills. Een legende zegt dat deze bergen zijn gevormd door bovennatuurlijke krachten toen Michael Scott, een tovenaar, werd bevolen door de duivel de enigste Eildon berg te splitsen tot drie aparte bergen. De geologische verklaring hiervoor is dat de bergen overblijfselen zijn van vulkanische lavastromen. De Eildon Hills worden ook wel de The Hills of Elfland genoemd. Dat heeft iets te maken met Thomas Learmont: een man die in de 13e eeuw leefde en met de Elfenkoningin mee ging voor zeven jaar naar het Elfenland. In ‘werkelijkheid’ waren dit zeven dagen.
Anyway, ik was als eerste (al hijgend) op de top van zo’n 400 meter en het uitzicht was erg mooi. Ik weet niet wat zwaarder: de beklimming of de afdaling. Voor het klimmen heb je een goed uithoudingsvermogen nodig, maar voor de afdaling sterke beenspieren.
We hadden ruim drie uur gewandeld en daarna een pint gedronken in Melrose. Boodschappen gedaan en weer terug rijden naar ons campingplekje. Op de weg daarna toe lagen zestien geplette beesten op de weg en m’n moeder en ik werden misselijk, omdat René zo hard reed op de kronkelige, hobbelende weg. Voor het eten zat ik nog even op de steiger aan St. Mary’s Loch en heb ik wat geschreven. Het water was heel helder. De regenboogforel en zalm waren heerlijk en daarna ons laatste drankje gedronken bij Mrs. Brown.
‘One little squashed bunny on the road, two little squashed bunny’s on the road, three little..’
Wednesday, 1st August
Het motregende toen ik de rits van m’n tent opendeed. Dat werd met regen de tent afbreken. Na het ontbijt de auto ingeladen en gingen we naar onze volgende bestemming. We reden tussen metershoge bergen, waar watervalletjes naar beneden stroomden en schapen liepen te grazen. Het was een mooi gezicht hoe de wolken zo laag hingen. Maar de weg was weer hobbelig en ik werd na een kwartier al misselijk. Van Mrs. Brown had ik een krant gekregen om op te zitten: dat zou helpen tegen wagenziekte. Ik heb in ieder geval niet gekotst…
We zijn twee keer gestopt en bij de tweede stop kon ik gratis tien minuten op internet. We hadden daar ook de

camping ‘Lazy Duck’ gebeld, maar er nam niemand op. Na in totaal vijf uur rijden kwamen we op de camping aan. Het zag er leuk uit en overal liepen jonge eenden rond. Helaas waren de vier campingplaatsen bezet en moesten we naar een camping in Aviemore. Daar heen gereden, maar daar was het ook vol en moesten we nóg verder rijden (ik was alweer misselijk). Uiteindelijk kwamen we bij de laatste camping in Rothiemurchus. Alsof het niet slechter kon hing daar ook een bordje met ‘Sorry, park full’ ofzoiets. Toch maar even gaan vragen en gelukkig mochten we kijken of er nog ergens een plaatsje vrij was. We vonden een plekje naast een stromend riviertje tussen allemaal andere tenten. Maarja, we hebben een slaapplek en voor mij (op het moment) heel belangrijk: douches! Ik had sinds zondag al niet meer gedoucht… Tortilla’s met vegetarische tacomix gegeten, waar ik buikpijn van kreeg. Onze wandeling van de volgende dag lag bijna op loopafstand. We hadden nog best mazzel, het weer is hier in ieder geval beter.
‘Thank God, there’s energy drink!’
Thursday, 2nd August

Toen ik wakker werd scheen de zon, maar die was al snel weg. Ik moest wachten op m’n moeder om naar de wc te gaan, ze had het pasje meegenomen waarmee je het wcblok binnenkomt. Ontbeten, gepoit en om twaalf uur vertrokken we.
Het was een wandeling rond Loch an Eilein, waar het restant van een 600 jaar oud kasteel staat. Het meer was mooi, maar de wandeling was een beetje saai en erg druk bezocht. Ik heb ongeveer twintig keer mensen gedag moeten zeggen. Ik had er op het laatst maar een ‘tree-spotting-trip’ van gemaakt. Er stonden hele oude bomen, kale bomen, omgevallen bomen, begroeide bomen, bomen met knobbels, misvormde bomen en ga zo maar door. Boodschappen gedaan in Aviemore en een pint gedronken (m’n ouders dan). Ook hebben we het boek CoolCamping aangeschaft. Nu kunnen we eerst bellen voordat we erheen rijden. Lokale kazen geproefd en voor het slapen gaan nog geschreven.
‘Oh, look! Look! There’s another one! Another tree!’
Friday, 3rd AugustBeetje regen en koud, niet bepaald fijn weer. M’n ouders hebben de route door Schotland herzien, omdat we erg zouden omrijden als we naar het festival met de Peatbog Faeries zouden gaan (waarschijnlijk konden we toch geen kaartjes kunnen krijgen). Dat gaat dus niet door.
Onze derde wandeling was een easy hill walk over de Wisky Hill, Ben Rinnes. In de omgeving waren veel whisky distilleerderijen en m’n ouders vonden het een erg lachwekkend idee dat als je daar iets in de rivier de Spey gooit, je het later in je whisky vindt (ja vast…).

Het pad ging alleen maar omhoog tot we op één van de bergtoppen waren: Round Hill van 411 meter hoog, Roy’s Hill van 535 meter hoog en de laatste Scurran of Lochterlandoch van maar liefst 840 meter hoog. Alweer was ik als eerste op de top, high van het lopen. Het voelde alsof ik in een film speelde, zo onwerkelijk leek het. Stapje voor stapje, uitgeput. Zo’n beetje als Sam en Frodo op Mount Doom, maar dan alleen, iets minder dramatisch, kouder en bovendien had ik een blikje energy drink op.
Ik verdween tussen de wolken en bleef doorlopen tot het pad ophield en ik op stenen klom. Het waaide stevig en ik kon niet verder dan een paar meter kijken door de wolken. Bovenop de stenen stond een witte vierkante steen: de top. Ik ging tegen de steen aanzitten en vond het wel een SMS naar Limburg waard. Ik had mijn ouders achter mij gelaten, maar even later riep René mij. M’n moeder wachtte zo’n twintig meter beneden op ons. De afdaling was moeilijk: ik werd bijna weggeblazen door de toegenomen windstoten van 27 m/s en m’n knieën gingen pijn doen. Voor de tweede keer wildplassen en na tien minuten op m’n moeder wachten, stapten we doodmoe weer de auto in. Onderweg heb ik een eekhoorn, ontelbaar veel konijnen, roofvogels en een stuk of zeven herten gezien.
Terug op de camping was m’n moeder het pasje van de toiletten kwijt en moesten we een nieuwe voor £10,- kopen. Spaghetti met sla en vegetarische baconstukjes (heel raar) gegeten en voor het slapen gelezen in Hotel Babylon.
‘Na een lekker ranzige boer die rook naar chemisch fruit, stapte ik vrolijk verder.’
Saturday, August 4
Het verbaasde me hoe vroeg de mensen hier op zijn. Om kwart over negen ligt de tent al plet en even later zijn ze weg. Eerlijk gezegd, denk ik dat wij gewoon lui zijn. Uitgebreid ontbijten met koffie en thee en dit en dat. Wij zijn pas om twaalf uur klaar.
Maar vandaag had ik mijn spullen al ingepakt toen mijn ouders de stoeltjes buiten zetten en we vertrokken om kwart over elf, mèt spullen, hooray! Onderweg een cadeautje gekocht en na twee uur rijden kwamen we aan op onze nieuwe camping Northernlight bij Badcaul. Het waaide hier best hard, maar het uitzicht was prachtig. Vanuit mijn tent keek ik over Little Loch Broom dat onder bergen ligt, die in dit gedeelte van Schotland een paar kilometer hoog kunnen zijn. De camping bestond uit een groot grasveld met twee picknicktafels (waarvan wij er een hadden toegeëigend) en een toiletblokje. Eigenlijk niet meer of minder dan we nodig hadden. De weg hiernaartoe was ook mooi, de hoogste bergen die we tot nu toe hadden gezien en veel watervallen. We zaten nu precies op de helft van onze reis. Over een week gaan we terug op de boot. Ik zou dit zeker niet gemist willen hebben, maarja… Home sweet home.
‘You don’t know what you’ve got, ‘till it’s gone.’
Sunday, August 5
Vannacht zware windstoten en regen dat tegen de tent sloeg. Acht uur wakker, het was toen al bloedheet. Een kleine wandeling gemaakt bij een eeuwenoude waterval. Er hing op de brug een bordje met niet meer dan 6 personen, maar op een gegeven moment liepen er zo’n 12 mensen op de brug. Het was erg toeristisch en we waren maar snel doorgereden naar Ullapool, een havenstadje. Daar hadden we Fish & Chips gegeten en twee zeehonden gezien. Ze bedelden bij vissers, slimme beesten. Cadeautjes gekocht en ik had voor mezelf Keltische oorbellen gekocht. Terug bij de camping wilden m’n moeder en ik even naar de kust lopen, maar een stier

stond ons zo eng aan te staren dat we maar weer terug waren gegaan. Op de camping wemelde het van de midges (hele kleine vliegjes die steken). Ook hadden we nieuwe buren, maar die waren na een half uurtje al weer weg. Het waren zo verschrikkelijk veel midges dat we letterlijk weggevlucht zijn naar een ander plekje aan de kust. Het was eb en hele grote stenen lagen droog, waar we op zaten. We hoopten dat hier wat meer wind zou staan, maar helaas. Toen het begon te regenen besloten we maar terug te gaan naar de camping, waar ik meteen mijn tent in vluchtte. Ik wilde er niet meer uit, maar we moesten nog eten, ik moest naar de wc en ik wilde douchen…
Na het eten had ik wel zeven minuten gedoucht (en dat voor 50p) en terug ik m’n tent voelde in me net zo’n massamoordenaar als Hitler. Op m’n blaadje zat het uitgesmeerde bloed en ingewanden van zo’n tachtig midges. Ik ontdekte de verschillende manieren om ze uitroeien: je kunt ze platslaan, laten stikken, kapot wrijven langs het tentdoek en dat met zeven tegelijk. Eigenlijk leek het meer op Der Untergang: ze bleven maar komen. Ik zal wel gewoon lief vragen of ze me vannacht met rust willen laten.
‘WARNING – No more than 6 people on bridge.’
Monday, August 6
Ondanks ik vroeg sliep werd ik laat wakker. Ontbeten en langs het postkantoor geweest, dat ook meteen een winkeltje was. Het was net vijf minuten pauze middagpauze, maar het oude, kalende vrouwtje met jampotglazen in een veel te grote spijkerbroek wilde toch nog al mompelend even voor ons open doen. Wat boodschappen gedaan en ik wist zeker dat ze 10p te veel intikte toen ik wegliep. Daarna hadden we een wandeling gemaakt over een raar weggetje van zo’n 9 km dat uitkwam bij de restanten van een huisje. Het regende en alle spullen waren zeiknat geworden. We zijn in een hotel weer opgedroogd, waar we ook hadden gegeten. Vetter dan mijn gerecht kon niet: macaroni (wat eigenlijk penne was) in een pap van kaas, met daarbij patat. Dit was zo de minst geslaagde dag van allemaal.
‘Onschuldig oud vrouwtje? My ass!’
Tuesday, August 7Erger kon het niet worden: de hele nacht niet geslapen door de storm en regen, dat steeds erger leek te worden. Om acht uur zijn we alle spullen maar de auto in gaan zetten en gewoon weggereden. In Kinlochewe hadden we ontbeten in The Tea Room. Daar kreeg ik gingercookies (gemberkoekjes) tegen wagenziekte, en ze hielpen! We waren verder gereden naar Tomdoun, daar was het eindelijk droog. De bunkhouse was gesloten en werd nu bewoont door drie puppy’s. Ik vond het niet zo erg dat we hier niet bleven: het rook naar mottenballen, er kwam plotseling een hele enge, dunne, stinkende hond binnenlopen en de deurknoppen zaten op Hobbithoogte. Ook hangen er opgezette vissen aan de muur, zoals een bruine forel van 17 lbs (dat is volgens Word 7,71 kg) gevangen door R.C Malcom in Loch Garry, 1905. Beetje vreemd allemaal. Dus we moesten naar een andere slaapplek zoeken. De wegen waren hier singletrack roads: dat betekend één weg met passing places. Dus elke keer aan de kant als er iemand aan kwam.

Het werd de camping Red Squirrel bij Glencoe. Het was een best groot terrein, overal lagen stenen, hingen grappige bordjes en mag je op de meeste plekken kampvuurtjes maken. Onze buren waren een stel lachende Noord Engelse jongens van zo’n 25. Met een biertje stonden ze dan zo rond hun rokende kampvuurtje te lachen. De douches waren superklein met alleen een gordijntje (waar je doorheen kon kijken) ervoor. Het was mooi weer om te poien, alleen waren er wel weer die stomme midges. In heel Europa was het onbewolkt (kun je nagaan hoe warm het dan in bijvoorbeeld Spanje is) en alleen hier in Schotland was het pokkenweer. Ik was blij dat we naar het zuiden waren gegaan: het weer was hier beter en het is minder lang rijden naar Newcastle.
‘I hate Tuesdays…’
Wednesday, August 8
Ik werd wakker door een man die aan de andere kant van de camping met een grasmaaier uit de oertijd bezig was. Wel heerlijk geslapen in vergelijking met gister. Bij het ontbijt hadden we een gast: een heel klein vogeltje kwam in de opening van de tent in het zonnetje liggen. Later waren het er twee en ik had m’n ouders beledigd met de whisky. Volgens hen snap ik er niets van.

Vandaag hadden we een wandeling gemaakt in the Glencoe Forest langs Lochan Gleann Chomhann. Dit meer was aangelegd door Donald Alexander Smith, die op zijn achttiende naar Canada vertrok. Hij werd daar gouverneur en in 1895 werd hij Lord Strathcona en keerde terug naar Schotland. Hij bouwde Glencoe, legde het meer aan en het bos eromheen. Dat allemaal voor zijn Indiaanse vrouw, om haar thuis te laten voelen. Helaas was dat niet zo. Het was een mooie omgeving en er zaten veel mensen op bruine forel te vissen. Er waren drie wandelingen die wij gecombineerd hadden. Daarna in Ballachulish boodschappen gedaan en in de pub gezeten. Over dit gebied vliegen ook vliegtuigen, maar gelukkig geen straaljagers.
Wat mij opvalt in de UK is dat ze erg hun best doen om milieuvriendelijk te zijn. Op elk plastic tasje staat dat het reusable is en gerecycled. Op de camping hangen bijvoorbeeld bordjes met een schaap dat zegt: ‘How would you like to eat rubbish?’ Ook zijn veel producten niet op dieren getest.
Bovendien proberen ze mensen duidelijk te maken wat gezond eten is. Op elke verpakking staat voorop hoeveel calorieën, suikers, vet en zout erin zit en hoeveel procent van je dagelijkse hoeveelheid is. Maar ik ben bang dat het (nog) niet echt werkt: er lopen hier echt heel veel dikke mensen rond.
Na het eten gingen m’n ouders naar de pub en ik bleef in m’n tent. Muziek geluisterd en net zo lang getekend totdat ik niet meer kon zien wat ik deed.
‘Onze dikke buurman maakt ondanks zijn omvang gewoon ‘lekkere’ worstjes als ontbijt. Tsja, Engelsen…’
Thursday, August 9M’n ouders hadden de grootse verhalen over gisteravond in de pub. Er was een gitarist en iemand op de doedelzak en bij bekende liedjes begon iedereen te klappen en op tafels te slaan.
Ook kreeg ik te horen dat we hier nog twee nachten blijven, zodat we vrijdag weer naar de pub kunnen. Ik vond het allemaal best.

The Lost Valley: zo heette onze wandeling. Klimmen over stenen en door smalle bosjes lopen, best gaaf. Langs afgronden, watervallen en een grot. Dit was denk ik de leukste wandeling die we hadden gemaakt. We moesten een rivier oversteken en daarna weer klimmen. Toen we boven kwamen keken we uit over the Lost Valley: een prachtige vallei tussen de Three Sisters (Aonach Dubh, Gearr Aonach en Beinn Fhada). Het deed me aan Platvoet en zijn vriendjes denken. Mensen zaten uit te rusten, te lezen, iets te eten of te schrijven. Er waren oude mensen en zelfs een baby op de buik van een vrouw gebonden. Op de terugweg waren twee jongens in het ijskoude water van de watervallen aan het zwemmen. That’s the spirit.
Voor de verandering gingen m’n ouders weer boodschappen doen en de pub in. Ik bleef weer op de camping en had lekker gedoucht. We vroegen aan de jongen in het hokje over de Harry Potter film site, dat we ergens zagen staan. Wat blijkt, Hagrids huisje was voor de derde Harry Potter film The Prizoner of Azkaban in 2003 op de berg vlakbij de camping gebouwd. Tijdens de opnames verbleef de hele crew op deze camping die ze hadden afgehuurd. Aan het einde van de camping stond hun restaurant, waar een grote leiding heen liep. De eigenaar van de camping wilde deze leiding niet weghalen en maakte er kraantjes op, waar wij nu ons water vandaan halen.
Na het eten even naar de berg gelopen en foto’s gemaakt van de Harry Potter filmsite, of wat we dachten dat het zou zijn. Ook was ik een avondje achttien in de pub. Morgen waarschijnlijk onze laatste wandeling, genaamd The Devil’s Staircase… Ben benieuwd.
‘De mensen bonkten zo vrolijk op tafels dat de wijnglazen in het rond vlogen.’
Friday, August 10

’s Avonds regende het en omdat ik een raampje van m’n tent niet goed had dichtgedaan, was weer een tas nat. En de midges terroriseerden Schotland weer. Ze zwermden voor de ingang van mijn tent. Het enige dat schijnt te helpen tegen die beesten is Skin So Soft: een olie dat is gemaakt voor droge huid, maar nu dus wordt verkocht als midgie repellent. Ook lopen mensen met netten over hun hoofd, maar dat zag ik niet zo zitten.
Het was grappig om te zien hoeveel verschillende tenten er zijn en staan op een camping. Ik heb in deze twee weken nog niet één keer twee dezelfde tenten gezien. Sommige tenten zijn zo klein dat ik dacht dat er alleen spullen in zouden staan, maar dan sliepen er twee mensen in. Inmiddels hadden we veel nieuwe buren. Achter mij stond een tent bedrukt met allerlei soorten vissen. De meeste nieuwe mensen zijn Schotten, aan hun accent te horen.
Vanmiddag waren we naar Kinlochleven gereden en daar een klein wandelingetje gemaakt naar nóg een waterval. Daar was ook een oud pand omgebouwd tot een klimhal en The Ice Factor: een megagrote koelkast waar je voor £35,- kan ijsklimmen. Daarna in Glencoe in een tea room tangerine and peach tea gedronken en een chocolat fugde brownie (voor de helft) gegeten… Daar wordt je echt misselijk van.
’s Avonds had ik barstende hoofdpijn, terwijl m’n ouders de laatste avond in de pub vierden. Ik had m’n tweede boek uitgelezen en getekend. Morgen vroeg op, het wordt zo’n vijf uur rijden naar Newcastle. En ik moet morgenochtend nog gaan afwassen…
‘Niet alle watervallen zijn hetzelfde.’