8.22.2009

IJsland: 8 t/m 17 augustus 2009

Zoals ik nu al vijf keer (of meer) heb verteld, hebben Pim en ik met ons profielwerkstuk wedstrijden gewonnen. Eén daarvan was een reis naar IJsland, georganiseerd door Aarde.nu, een samenwerkingsverband van de TU Delft, de UvA, de VU en Wageningen Universiteit. Ik ben nu twee dagen thuis en heb zo’n anderhalve dag foto’s uitgezocht en bewerkt. Nu is het eindelijk tijd om te vertellen hoe het is geweest. Ik kan het niet in één woord zeggen, dus ik zou zeggen: lees verder.

Ik ben vrijdag de hele dag bezig geweest om m’n tas in te pakken. Gelukkig zat ik netjes onder de 12 kg die we mee mochten nemen. Ik kon niet slapen en heb zes keer de briefing doorgelezen. Zenuwachtig? Best wel. Een week lang met mensen optrekken die ik één keer eerder had gezien. Zouden we echt urenlang moeten luisteren naar hoorcolleges over de geologie van IJsland? Zou ik wel al die uren rijden in een jeep overleven?

Zaterdag 8 augustus
We moesten om half 12 verzamelen op Schiphol. Iedereen was er, behalve Karen. Sommige prijswinnaars kon ik me niet eens meer herinneren. ‘Ik was gewoon een beetje laat,’ zei Karen giechelend toen we twintig minuten later gezamenlijk gingen inchecken. Een uur later zou het vliegtuig vertrekken. Ik zat met Pim, Vince, Joep, Juliën en Karen op een terrasje de tijd te doden. Drie van de zes aan onze tafel gingen aardwetenschappen aan de VU studeren. Daar zat ik dan met Media & Cultuur aan de UvA.
In het vliegtuig zat ik naast Vince en Ramona. Geen idee waar we het over moesten hebben. Iedereen had een schermpje waarop je muziek kon luisteren, films kijken, spelletjes spelen en informatie lezen over de vlucht en Iceland Air. Ik had ruzie met mijn schermpje toen hij geen film wilde afspelen en ging maar Guns ’N Roses en Paolo Nutini luisteren. De vlucht duurde zo’n drie uur, maar we kwamen niet veel later aan dan we waren vertrokken door het tijdsverschil. Op het vliegveld in Kevlavik stonden Sebastiaan, Jelle en Elise ons op te wachten. Buiten op de parkeerplaats moesten we wachten op de jeep en we voelden dat het een stuk kouder was dan in Nederland. Om het warm te krijgen, raceten Karen en ik met een winkelkarretje heen en weer.
De camping Laugardalur lag zo’n 50 km van het vliegveld, bij de hoofdstad van IJsland: Reykjavik. Samen met Joep en een zooi bagage zat ik in de achterbak van de jeep en dit werd uiteindelijk m’n vaste plekje. Zijwaarts rijden was niet zo erg en zeker niet met mijn cd op. Laugardalur was overbevolkt met kleine tentjes. Onze tenten en kooktoestel moesten nog worden gehaald en ik besloot iedereen te leren meppen, een kaartspel waarbij je moet... meppen. Dat was een groot succes: de rest van de week mepte bijna iedereen er op los. We aten om 22.00 pasta met paprika, tomaat en champion. Ik vond het super tof van de leiding dat ze voor Karen en mij (de linkshandige vegetariërs) speciaal op zoek waren gegaan naar vega-burgers. Na het eten maakte ik deel uit van afwas team nr. 1, die de vaat van 13 man moest afwassen. Ik heb Joep, Vince en Juliën eigenlijk meer aangemoedigd, hopelijk vonden ze dat niet erg.
Voordat we een stevige avondwandeling naar Reykjavik maakten, werden we officieel welkom geheten in IJsland door Sebastiaan met 'gefermenteerde' Groenlandse haai, oftewel 'rotte' haai, en Brennivin, de lokale drank. De geur van de haai was werkelijk afgrijselijk. In Reykjavik was het ontzettend druk, want dit weekend was de Gay Pride. Op de weg terug begon het te regenen, dat niet meer ophield totdat we de volgende dag weg gingen.

Vince over Limmen: “We hebben zelfs een bar!”

Zondag 9 augustus

Op zich heb ik wel lekker geslapen. Af en toe werd ik wakker met het idee dat het allang acht uur moest zijn, maar in de zomer wordt het om 03.00 uur al licht op IJsland. Iets minder fijn was dat er een plas in onze tent lag. Een berg spullen die aan mijn voeteneind lag, was doorweekt. Gelukkig werd het weer beter en kon alles een beetje drogen. Toch maar ingepakt en op weg gegaan naar de tweede camping. Onderweg kregen we uitleg over platentektoniek en gesteenten. We keken uit over een klein dorpje waarnaast rookpluimen uit de grond oprezen. Omdat IJsland op een hotspot ligt en op veel vulkanen ligt, gebruikt men de warmte onder de grond om bijvoorbeeld mee te douchen. Het landschap dat we tot nu toe hadden gezien, deed mij aan Schotland denken: lage bergen, gesteenten, veel groen en watervalletjes. Toch bleef ik me steeds afvragen hoe het toch allemaal was ontstaan. De volgende stop was bij de Skógafoss, de eerste echte grote waterval die we hebben gezien. Met regenpak aan namen een paar mensen een douche. Ook zijn we op het zuidelijkste puntje van IJsland geweest, Vík. Een prachtig strand met basaltblokken, grote golven en papegaaiduikers (die zijn hier trouwens een delicatesse). De mensen zijn hier ontzettend bijgelovig. Trollen en elfjes zijn hier geen sprookjes. Overal naast de weg zijn stenen op elkaar gestapeld, voor een goede reis. IJsland is een prachtig, fotogeniek land. Er staan nu al 655 foto’s op m’n kaartje.
Achter mij schieten groenen bergen voorbij, voor mij zie ik een laagvlakte. Hier en daar graast een verdwaald schaapje in de bergen. In de verte is de gletsjer te zien. Met de wind door de haren luisteren van Lenny Kravitz, The Thing Things tot Deep Purple.
De tweede camping lag aan de voet van de grootste gletsjer van IJsland, de Vatnajökull. Het was hier nog kouder dan in Reykjavik. Achter ons staat een schijnbos (de boompjes zijn niet hoger dan twee meter). Voor ons ligt een spoelvlakte van de gletsjer. We aten weer laat en tijdens het eten was het doodstil. Stil van de honger en alle indrukken die we deze dag hadden opgedaan. De maan kwam boven de bergen uit toen we een wandeling naar de gletsjer maakten. Helaas was er niet veel te zien, omdat het al donker was.

Jelle: “Check!”

Maandag 10 augustus
Ik moest wakker worden, maar mijn ogen werkten niet mee. Veel te weinig slaap gehad. De ochtendwandeling leidde ons naar de Svartifoss. Zoals je misschien al hebt begrepen betekent foss waterval. De Svartifoss is dus de zwarte waterval. Bergopwaarts in een flink tempo, brandende kuiten. Roel vertelde over de invloed van de bergen op de neerslag en de stroming van de rivieren. De Svartifoss was klein, maar heel bijzonder. Als je over de glibberige stenen klom, kon je achter de waterval staan. De omgeving was ook prachtig.
Na enige kilometers kwamen we aan bij Jökusarlón, het beeldschone ijsbergenmeer. Ijsblokken van de gletsjer drijven hier onder een brug door de zee in. Karen was een echte bikkel en ging tot haar knieën het ijskoude water in. Er zwommen nog een paar zeehonden en we hebben geluncht op het zwarte stand naast enorme ijsblokken. Weer in de auto viel ik bijna in slaap, totdat we even boodschappen ging doen. Juliën kookte Indiaas met een ingewikkelde naam. Jammer voor mij zat er veel koriander in. Ik had nog een lekkere zwavel-douche genomen en foto’s uitgezoekt voor Pim’s weblog op www.pooljaar.nl/ijsland.

Karen over IJsland: “Dit lijkt niet op Apeldoorn!”

Dinsdag 11 augustus
Lange wandeling gemaakt naar de Hengifoss. Elke stap richting deze waterval ging 100 jaar terug in de tijd. Je kon in de rotsen alle lagen uit verschillende jaren zien en hoe alles was verschoven. We stonden in een V-vormig dal, dat was uitgesleten door een rivier die hier ooit stroomde. In Mödrudalur zijn de bij de hoogst gelegen boerderij geweest. Ook zijn de vandaag bij de nr. 1 foss van Roel geweest: de Dettifoss. Hij is 44 meter hoog en maar liefst 100 m breed. Het opspattende water zorgde voor woest effect. Met het zonlicht erop was het werkelijk fantastisch om daar te staan. Ik voelde me zo nietig klein vergeleken met het landschap hier. De groep werd steeds hechter en het leek alsof we elkaar al minstens een jaar kenden. De camping lag in Ásbyrgi, voor de V-vormige kloof met steile rotswanden, dat ook wel de Godenburcht wordt genoemd. Onder het eten hebben we de grootste lol gehad om de bruine saus van Sebastiaan. Terwijl ik cheerleader speelde bij de afwas, was de rest van de groep al weg om een avondwandeling te maken. In plaats daarvan gingen Joep, Vince, Karen, Juliën en ik maar avondgymnastiek doen. Pim zat weer tot een uur of twee ’s nachts aan zijn blog te werken.

Joep deed een voorstel voor het eten: “Gevulde courgette met courgette.”

Woensdag 12 augustus
Vandaag maakten we een wandeling naar Hljódaklettar, de echorotsen. Bizar gevormde basaltblokken in de vorm van gezichten waren zelfs een vraagteken voor de geleerde geologen. Uit de basaltrotsen waren kraterpijpen blijven staan en we stonden op een prachtige rode berg met een prachtig uitzicht. Op de weg terug naar de jeeps raakten Pim, Joep, Juliën en ik een beetje achterop en het begon te regenen.Van een beetje regen ga je niet dood, maar ik was wel blij om Roel te zien die zei welke kant we op moesten, voordat we nog een paar kilometer om waren gelopen.
Tijdens de lunch (zesdubbele boterhamtorens met worst, kaas, jam, honing, chocopasta en nog een keer jam) mochten we kiezen of we naar een warme bron zouden gaan of naar nog meer rotsen. Bijna iedereen wilde naar de warme bron, behalve onze jeep. De weg naar de warme bron was weer niet bepaald vlak en Roel houdt van doorrijden. Hij trok zich niets aan van de automatische remmen en op een gegeven moment werden we achterin vergast met de geur van verbrand rubber. De jeep hield er mee op. Wat nu? IJsland heeft geen ANWB of AIJWB. We probeerden de remmen een tijd te laten afkoelen, maar tevergeefs. Dan maar op sleeptouw nemen. Alleen de enige spanband die nog hadden knapte gelijk.
Uiteindelijk zijn we in tweeën naar de andere kant van de Dettifoss gebracht, de enorme waterval waar we gister ook waren geweest. Na wat foto’s, Brak (IJslandse mini Maltesers) en nog meer chocola werden we weer terug gebracht naar de groene jeep. Ze hadden de stop van de automatische remmen eruit gesloopt en we konden weer rijden. Roel was iets te enthousiast met starten op het moment dat Karen wilde instappen en we konden haar nog net vastgrijpen voordat ze uit de jeep viel. Daarna reden we een tijdje rustig voor die arme jeep, maar al snel zaten we weer vertrouwd te hobbelen.
Bij Hverarönd gingen we naar een hydrothermaal gebied met fumerolen en borrelende modderpoelen. Door de zwavel hebben de bergen en de grond buitenaardse kleuren gekregen en overal komen grote rookpluimen uit de grond. De rookpluimen hebben overheerlijke zwavelextracten (dat ruikt naar rotte ei), maar ze zijn wel lekker warm. Ik had nog wat actiefoto’s gemaakt van mensen die door de wolken heen sprongen. De modderpoelen zien er spa-achtig uit, alleen raad ik het niet aan om in die kokende poel te baden. De grond was overal super blubberig en Jelle vond het leuk om daar in te springen. Als gevolg was Tamara’s spijkerbroek bruin gestippeld.
De camping lag bij Reykjahliõ en we vonden een mooi plaatsje in een dal om onze tenten op te zetten. We bleven hier twee nachten slapen, dus gelukkig konden we tenten een dagje laten staan. We aten pastastrikjes met tonijn, alweer rond een uur of half tien. Pim zat ’s avonds zijn blog voor pooljaar.nl bij te werken, alleen werd een beetje afgeleid door een paar Oostrijkse meisjes. Juliën stond bijna vloeiend Duits met ze te praten en ze werden uitgenodigd om naar ons kampvuur te komen. Ik was mijn muziekkennis aan het verbreden met Sebastiaans iPod. Uiteindelijk waren alle takken, die Roel persoonlijk uit de grond had getrokken, opgebrand en ging iedereen slapen.

Jelle: “Blupje.”

Donderdag 13 augustus
Ik was een soort van uitgeslapen. Karen en ik hebben samen met twee IJslandse vrouwen moeten douchen in de gezamelijke doucheruimte en daarna natuurlijk weer haasten voordat de jeep wegreed. We begonnen met een wandeling rond Mývatn, het muggenmeer. Lang leve de Care Plus-muggennetjes, want het zag daar zwart van de muggen, die zelf bezig waren om zich voort te planten op Pim’s jas. Het was een korte wandeling met een mooi uitzicht over tafelbergen, touwlava en pseudokraters. Daarna zijn we naar Hverfjall geweest: een ringvormige kraterrand met een diameter van ongeveer anderhalve kilometer. We zijn over de rand gelopen en hadden weer prachtig uitzicht over het gebied van Mývatn. We konden de camping zien liggen en we zagen een enorme grijze lucht aankomen. Die zorgde voor een koud windje en regen, maar ook voor mooie regenbogen over het landschap. Aan de andere kant lag de Dimmuborgir, de Donkere Burcht, een ingestort lavaveld.
De volgende wandeling was door het Krafla complex. In 1984 is hier een uitbarsting geweest en uiteindelijk is 36 vierkante km bedekt met lava. Je kon zien hoe de lava allemaal heeft gestroomd en de grond was zelfs op sommige plekken nog warm. Ook hier waren weer hydrothermale gebieden. Een lijn van rookpluimen gaf aan waar de grens tussen de Euraziatische plaat en de Amerikaanse plaat lag. Daar hebben we allemaal in spagaat geposeerd voor de foto: één voet in Europa en de andere in Amerika.
We sloten de dag af met een voetenbadje in een warme bron, waar we eigenlijk gister heen zouden gaan. Het water in de grot Grjotagja was maar liefst 46 °C, net iets te warm om je voeten te lang in te houden.
Juliën vertoonde ook weer vandaag zijn Indiase kookkunsten en maakte zoete curry met ananas en banaan. Werkelijk overheerlijk! Ik wil nog steeds dat recept hebben, desnoods koop ik hem om.

Roel over zijn lievelingsjeep: “Je kent hem niet, maar de liefde die komt nog wel!”

Vrijdag 14 augustus
Vannacht was het echt koud. Ik werd wakker met hoofdpijn en zei iets wat ik waarschijnlijk niet hardop had moeten zeggen: “Ik denk dat het echt een rotdag gaat worden,” terwijl mijn natte handdoek weer in het gras viel. We hebben de hele dag in de auto gezeten, want we moesten van het noorden naar het zuiden van IJsland rijden: van Reykjahlõ naar Landmannalaugar. Urenlang off the road. Ik ben trouwens de bedenker van reispilletjes ontzettend dankbaar met al dat gehobbel.
De enige stop die we voorlopig hadden gemaakt was om te tanken en te kijken bij de Godafoss. De Godafoss is één van de bekendste watervallen van IJsland en het was er ook super druk. Om dicht bij te komen moet je over stroompjes en stenen springen en veel toeristen vonden dat erg moeilijk. Erg leuk om naar de kijken. We kwamen er achter dat Juliëns talenknobbel ook Japans bevat, toen hij met Japanse toeristen stond te praten. We hebben geluncht ergens bij Sprengisandur: een maanlandschap. Hier zijn landingsvoertuigen voor de Apollomissies naar de maan uitgevoert. Er was niet veel te zien, maar dat was juist wel mooi.
Dat mannen niet kunnen multitasken werd bewezen toen Roel reed en begon te kwebbelen met Sebastiaan over iets geologisch. Ik zag dat de weg linksaf ging, maar de jeep ging rechtdoor. We gingen letterlijk off the road en kwamen bijna tegen een grote steen tot stilstand. Dat was even schrikken. Nadat er een paar stenen waren weggerold kon de jeep gelukkig weer uit het grind rijden.
Na twee minuten rijden, zagen we de witte jeep niet meer achter ons. We zijn terug gereden en zagen dat de rechterachterband slap was. Een klapband. De mannen hadden vrij snel een nieuwe band erop gezet. Ik had er echt spijt van dat ik vanmorgen mijn voorspelling had gedaan, maar nog steeds had ik een raar gevoel, alsof er nog iets ging gebeuren. Drie maal scheepsrecht.
Et voilà. Een paar honderd meter voor de camping stond er plosteling een camper midden op de weg stil. Als je stil gaat staan op zulke wegen, doe je dat aan de kant. Maar nu konden we niet meer uitwijken naar rechts en we waren al best dichtbij. Ons karretje met alle backpacks en tenten had geen rem en de weg was glad, dus stil staan kon niet meer. We konden ons nog net vastgrijpen en botsten tegen de camper aan. Meteen kwam de Spaanse eigenaar scheldend de camper uit (ja, Juliën verstond het allemaal). Zijn vrouw werd hysterisch en begon te huilen. Hun hele bumper lag eraf. Jelle heeft de groep maar in tweeën weggebracht. Joep had er wel een souveniertje bij: een stukje echte Spaanse bumper.
De camping van Landmannalaugar ligt in een rivierbedding en om daar te komen, moesten we eerst door een paar rivieren rijden. Ondanks gaan er gigantische touringcars op enorme banden heen. De Fransen hadden hun kamp opgeslagen in het wc huis, dat echt overbevolkt was. Toen de groene jeep terug was, alleen met een klein deukje in de bumper, konden we de tenten opzetten en eten koken. Na aardappelen, een visburger, broccoli en bloemkool gingen we rillend in onze bikini naar de warme bron, die zo’n vijf minuten van de camping af ligt. Het hete water wordt daar gemengd met een koude stroom en is ongeveer tot heuphoogte, maar heerlijk warm. Tot laat in de avond hebben we gezellig liggen kletsen. Ik heb er wel een enorme snee onder m’n knie en tussen m’n vingers aan over gehouden toen ik uitgleed op stenen, zag ik de volgende morgen.

Wat Joep ervan vindt als hij schattig wordt genoemd: “Schattig? Nee, dat is zo van: dat was het dan.”

Zaterdag 15 augustus
Vandaag was denk ik de meest indrukwekkende dag. We hebben een lange wandeling gemaakt door het gebied van Landmannalaugar. In het Laugahraun lavaveld, waar mos overheen is gaan groeien, zagen we een sneeuwhoen met zeven jongen. We hebben een berg beklommen en op de top hadden we 360° een adembenemend uitzicht. Het hele gebied is gevormd door een ingestortte magmakamer van Laugahraun. De zon scheen over de prachtige obsidiaan velden, een soort zwart vulkanisch glas. De omliggende bergen zijn van ryoliet, een lichte steen. Door het ijzer en mangaan hebben sommige bergen alle kleuren van de regenboog. Ook staken er een paar kraters uit. Gletsjerrivieren en het lavaveld. Ik kan het niet beschrijven, want elk stukje waar je keek zag er weer anders uit. Het was ook onmogelijk om te zeggen welk stuk ik het mooist vond. We zijn terug gelopen langs het veldwerkgebied van Sebastiaan, de mazzelaar.

Vince over metal: “Met vuur uit de pijp, rullend uit de boxen.”

Op de camping begon het weer te regenen. De vermoeidheid begon er wel een beetje in te slaan en ik wilde bijna niet mee naar de ijsgrot. Het was dat Roel zei dat het een half uurtje rijden was, dat in werkelijkheid anderhalf uur was. Er was eigenlijk geen weg naar toe en we moesten grote stukken in low-gear rijden, omdat de hellingen ontzettend stijl waren. We hebben nog nooit zó gestuiterd achterin. Karen voelde zich een koekje in een koekjestrommel die door elkaar werd geschut en Roel was het alfa-koekje. Voor mijn gevoel waren sommige hobbels 90°.
Maar dat was het allemaal waard. Ondanks de ijsgrot was ingestort, leek het alsof ik naar een schilderij stond te kijken. Een metershoge ijswand stond voor mij. Daarvoor op de grond zaten een paar fumerolen, die heel leuk water naar buiten spatten. Het ijs smolt allemaal en Roel vertelde dat twee jaar geleden het dak er nog op zat. Ik ben bang dat over jaren de hele ijsgrot er niet meer is. We hebben in ieder geval wel lol gehad bij de ijsgrot: we hadden vuilniszakken meegenomen en iedereen ging van de helling sleeën. Ik had inmiddels een lamme arm van m’n camera, maar wel strakke actiefoto’s.

Karen na een biertje: "Wanneer is aankomend weekend? Het is nu vandaag!"

Zondag 16 augustus

Een toeristisch dagje. Allereerst zijn we naar Gullfoss geweest: een waterval die via twee trappen neerstort in een breukspleet van de Mid Atlantische rug. Daar vlakbij was een druk souvenierwinkeltje waar ik IJslandse borrelglaasjes had gekocht. Daarna zijn we naar de geisers geweest. Geysir, de grootste, is niet erg actief en die hebben we ook niet zien uitbarsten. Een kleinere, de Stokkur, ging ongeveer om de tien minuten. Het was een hele klus om een plekje tussen alle mensen te vinden en dan ook nog op het juiste moment een foto te maken. Het mooiste is de bel, het water dat helemaal ‘bol gaat staan’ vlak voordat hij uitbarst. De eerste keer dat de Stokkur uitbarstte, schrok ik me dood en had geen goede foto’s kunnen maken. Ik deed de volgende keer maar net als iedereen: klaar staan, scherp stellen en wachten. Ik moest erg lachen toen hij uitbarstte en de wind was gedraaid. Iedereen rent dan gillend weg voor het neerstortende water.
We hebben op het dak van de jeep geluncht, kijkend naar de geisers. Daarna zijn we naar Thingvellir gereden, waar we een uitgestrekt uitzicht hadden over de spreidingszone. Er stond een kerkje met een paar grafstenen en er was een poel waar vroeger vrouwen werden verdronken als ze vreemd waren gegaan. We beseften dat dit de laatste dag was en misschien daarom genoten we des te meer. We reden terug naar Reykjavik met snelwegen, gebouwen en veel mensen. We waren zo geologisch gehersenspoeld en outdoor die-hards geworden, dat we de stad maar raar vonden. Ik wilde liever nog een paar uur achterin de jeep zitten en samen met Karen weer in de slappe lach schieten, waar ik inmiddels buikpijn van had gekregen. Op de camping waar we ook de eerste dag overnachtten, zetten we een paar tentjes op. Ik besloot deze avond in de jeep te slapen, zodat ik niet m’n hele tas weer overhoop hoefde te halen. In ongeveer 5 minuten gedoucht en een soort van uitgaanskleding aangedaan, want we gingen in Reykjavik uit eten. Voor de eerste keer deze week zaten we op een stoel tijdens het eten en de alcohol sloeg er wel in. Terwijl Karen en Sebastiaan Roel probeerden uit te leggen wat Hyves is, maakte Vince papieren roosjes.
Ik hoorde dat ik niet ben aangenomen voor de Beagle, maar dat maakte mij eigenlijk niets meer uit. Ik had me geen gezelligere en mooiere vakantie kunnen wensen.

Sebastiaan: “De geothermische gradiënt, rhyolitische samenstelling, aanzienlijk hoge silica gehalte, aanzienlijke viscociteit en aanzienlijke poreuziteit,” en dat soort dingen.

Maandag 17 augustus
Ik ben erachter gekomen dat in een jeep slapen best koud is. Maarja, die twee uurtjes maakte ook niet zoveel uit, want we moesten 3.00 opstaan om naar het vliegveld te gaan. Onderweg zijn we over de laatste hobbel van IJsland gereden, een verkeersdrempel. Op het vliegveld in Kevlavik heb ik nog een donut gegeten en een Buff gekocht, zo’n multifunctionele sjaal/haarband/hoofddoek met het Noorderlicht erop. In het vliegtuig heb ik Romeo + Juliet gekeken met Vince als hoofdkussen.
Op Schiphol was het zo warm vergeleken met IJsland. Ik moet zeggen dat ik een beetje een brok in m’n keel kreeg toen we afscheid namen. Het saaie, Nederlandse leven ging weer beginnen. Ik zal deze reis niet zo snel vergeten, dankzij alle geweldige mensen die mee waren en natuurlijk m’n 2000 foto’s die ik deze week heb gemaakt.

Karen: “Mind your hobbel.”

Sebas, nadat ik zei dat hij ook een blog moest gaan schrijven: "Dat zou een aanzienlijk technisch verhaal worden met te veel rhyolitische en visceus smeuige details die aanzienlijk veel mensen substantieel zouden vervelen."

Foto’s: zie m’n Flickr: www.flickr.com/photos/elainefleur, Set Iceland.

3 reacties:

vegury zei

Super leuke blog Elaine! Leuk die uitspraken!

*Mist IJsland*

Joep zei

Wat hij zei, vooral leuk om dingen te lezen die ik eigenlijk zelf alweer vergeten ben.

*Mist IJsland*

Tycho zei

Wat een boel woordjes..
ik wacht wel op de verfilming

*Mist IJsland*