3.17.2006

Kriebels

Ik leun op mijn hand.
Wat zou hij nu hebben? Ik kijk naar de klok. Het is bijna tijd. Als ik weer naar mijn schrift kijk, zie ik dat ik niets ben opgeschoten. Zucht. Ik doe dat thuis dan wel. We pakken onze tassen in en schuiven onze stoelen aan. Op dat moment gaat de bel en we lopen naar buiten. De gangen zijn overbevolkt en af en toe krijg ik een duwtje van iemand die achter mij loopt. Het is pauze en we lopen de kantine in. We zoeken ons plekje op en gelukkig is die nog vrij. Een tafeltje aan het raam, waar je naar de andere kant van het schoolgebouw kan kijken. Waar hij elke pauze staat. Ik krijg een warm gevoel in m'n buik als ik aan hem denk. Ik zucht weer.
Als de pauze voorbij is lopen we naar het volgende lokaal. Als we richting de trap lopen, blijf ik even staan. Hij staat daar. Ik voel mijn wangen rood worden en krijg het warm. Moeten we echt daar langs? Ik kijk de anderen even aan, maar die lopen door. Ik verzamel het restje moed, die ik niet allang ben verloren, haal diep adem en loop naar de trap. Zodra ik langs hem loop, zegt hij gedag. Struikelend over mijn woorden mompel ik iets terug en kijk hem even aan. Hij lacht en ik loop snel door. Ik kijk de anderen aan. Die liggen helemaal dubbel. Ik moet ook lachen. Dat zag er vast heel... spontaan uit.
Nu heb ik besloten dat als ik hem de volgende keer spreek, het gewoon zeg. Zonder bij na te denken. Gewoon doen. Hopen dat dat maar goed gaat.

2 reacties:

Anoniem zei

gaat dit nou over die gozer van vandaag :P

Elaine zei

Haha, yah ^^