2.14.2006

Cupido


Ik weet wat voor dag het vandaag was. Iedereen, over de hele wereld weet dat. Alleen vond ik het net zoals alle andere dagen, alleen heette het geen dinsdag, maar Valentijnsdag.
Als je te veel van vandaag had verwacht, erop gehoopt had dat er iets gebeurde, dan hoop ik dat het ook gebeurt was. Anders is het vast plotseling de 'ergste dag van je leven' geworden. Dan moest je de rest van de dag naar stelletjes kijken waarbij het wél gelukt was. Alle Valentijnskaarten van anderen moeten lezen, geen aandacht krijgen, niet eens een kus. Daarom vind ik Valentijnsdag best oneerlijk. Mensen worden afgewezen, teleurgesteld. Liefde wordt juist niet verklaard.
Ik zelf zit er niet zo mee. Als er echte liefde is, komt dat vanzelf wel. Ik verwacht ook niet veel ervan. Valentijn is maar een naam. Natuurlijk heeft het iets, maar iedereen zou iets moeten krijgen. Een beetje voor iedereen. Niet alleen voor de mooie, populaire of briljante. Het zou pas echt iets worden, als Cupido echt zou bestaan en bij iedereen een pijl in de kont zou schieten.

2.01.2006

Iemand anders leven

Om 5 voor 8 vanochtend stapte ik met een slaperig hoofd op de fiets.
Bah, proefwerkweek. Fijn om 8.15 op school moeten zijn en repetities gaan maken, waar ik nauwelijks voor geleerd had. En dan ook nog eens m'n handschoenen vergeten, terwijl het vroor.
Gelukkig vielen de proefwerken mee en leek de terugweg minder lang. De weg zag er trouwens prachtig uit. Het was nog donker en het licht van de straatlantaarns scheen zo dat ik alleen maar silhouetten kon zien. En op alle takken van de bomen lag een laagje sneeuw.
Eind van de ochtend ging ik met m'n moeder naar de stad. Even wat inkopen doen, zoals schaatsen en gymkleding. Overal was uitverkoop, dan is winkelen echt leuk!

'Zijn de slingers beneden?' vroeg de vrouw lachend. Ik stond in de HEMA toen een mevrouw dat aan de kassa vroeg. Ik glimlachde. Ik weet niet waarom, maar ik begon na te denken over die vrouw, waarvoor ze die slingers nodig zou hebben. Misschien is haar kindje morgen jarig en ze moest nog snel slingers halen. Of haar beste vriendin heeft een dochtertje gekregen. Ik rekende mijn spullen af, bedankte de mevrouw achter de kassa en liep naar de trap. Die slingers zouden overal voor kunnen zijn. Die vrouw zou overal heen kunnen gaan. Alles zou kunnen. Het is haar leven. Beneden aan de kassa stonden nog meer mensen. Allemaal met hun eigen leven.

Als ik over straat loop of in een winkel sta, vraag ik me soms af hoe andere mensen hun leven lijden. Ze gaan allemaal ergens naar toe, kopen dingen voor hun doel. Ze kunnen allemaal denken, praten en doen. Het is zo vanzelfsprekend, je denkt er eigenlijk nooit bij na. Je zou het wel eens moeten doen. Voor heel even iemand anders z'n leven lijden.
Toen ik de HEMA uitliep, op naar Pearl waar mijn moeder was, rende er een man voorbij. Die heeft wat gejat, dacht ik meteen. Maar misschien is dat niet zo. Misschien rent hij omdat zijn moeder in het ziekenhuis ligt, en wilde hij snel daarheen. Misschien was hij te laat voor zijn vriendin. Of misschien had hij een vriend.

Nu ik weer thuis ben en achter mijn computer zit, lijkt alles wel mogelijk. Je zou oneindig veel redenen kunnen bedenken waarom die man langs rende. Dat geldt iets minder voor de vrouw met de slingers. Wij gebruiken slingers niet voor heel erg veel gelegenheden. Maar daar ga ik later wel wat dieper op in.
Net keek ik naar buiten en zag een jongen en een meisje hand in hand lopen. Ik heb ze al eerder gezien. Samen. Hand in hand. Zou hij haar weer naar huis brengen? Of zij hem? Ik vind het heerlijk om even in iemand anders z'n leven te stappen. Precies denken wat hij of zij zou denken. Raden waar hij of zij heen zou gaan. Bedenken of hij of zij een type zou kunnen zijn om bepaalde dingen te doen. De dag uitplannen van iemand anders. En vooral dat ene niet vergeten, wat het ook mag zijn.

Als je zo een tijdje bezig bent, is het jammer om weer terug naar je eigen leven verder te gaan. Zo saai, voorspellend, gewoon. Hopend dat er iets gebeurt, waardoor alles zal veranderen. En dat zal het ook zeker doen, als je leven daar zo ver voor is. Ik weet zeker dat iedereen's leven op de een of andere manier heel interessant kan zijn. Alleen dat van mij op het moment niet. Ik zucht. Leg mijn hoofd op m'n hand. Wrijf in mijn ogen. Gaap.
Want ik moet nog gaan leren voor mijn proefwerken. Economie... en duits. De vakken waar ik nou net een hekel aan heb.

1.09.2006

De roos

Alles komt toch een keer tot zijn einde. En misschien is het beter zo. Alleen is het moeilijk.
Ik wil nog niet alles loslaten. Maar de roos is verwelkt.

Onze liefde leek op het sprookje Belle en het Beest. Niet alleen omdat wij erop leken :), maar door de magische roos. Belle en het Beest, de Nederlandse Beauty and the Beast gaat over een vervloekte prins. Hij was een gemene man en werd daarom vervloekt als beest in een kasteel met een magische spiegel en een stervende roos die de tijd aangeeft waarbinnen hij moet liefhebben en geliefd worden.
Als de wetenschapper Maurice op een dag niet terugkeert, gaat zijn dochter Belle naar hem op zoek. Hij blijkt gevangen te zijn genomen door het Beest. Belle offert zichzelf op en wordt gevangene van het Beest, in ruil voor de vrijheid van haar vader. Met het Beest is ook het hele personeel betoverd, zij vormen nu het interieur en de gebruiksvoorwerpen van het kasteel. Vanaf het moment dat Belle in het kasteel verblijft, ontstaat er een zekere hoop en opwinding onder het personeel, want als Belle en het Beest verliefd worden, dan zal de betovering verbroken worden. Natuurlijk is er een slechterik in het spel. De gespierde Gaston wilt met Belle trouwen en doet er alles aan om haar terug te winnen van het Beest. Het sprookje is een race tegen de klok (de magische roos) vol liefde en humor. Als in elk sprookje is er een gelukkig einde. Maar bij onze roos was het anders.
Ik had al eerder een prachtige roos van hem gehad. Deze bloeide bijna 3 weken lang. De drie weken die tussen onze ontmoetingen zaten. Later kreeg ik rond de jaarswisseling nog een roos. Deze echter, bloeide maar 5 dagen. Op de vijfde en laatste dag dat de roos bloeide gebeurde er iets wat al langer was verwacht. Er waren eerder al wat ruzies, maar nooit eerder kwam het van twee kanten. Maar nu, besloten we ermee te stoppen. Het ging niet meer. We waren allebei niet gelukkig en het leek ons het beste als het we het uit zouden maken.

De dagen erna waren toch gezellig, het voelde goed. Een grote spanning was weggevallen. Toen ik later thuis kwam vertelde mijn moeder mij dat op precies de vijfde dag, de dag dat het uit was gegaan, de roos was uitgebloeit. Zoals de magische roos uit Belle en het Beest zou doen, als de tijd om was die aangaf waarbinnen hij moest liefhebben en geliefd moest worden.
Sinds ik weer alleen thuis was, kwam het lege gevoel toch echt wel naar boven. Ik mis hem, en wil hem niet kwijt. Alleen blijkbaar is het beter als we wat afstand nemen. Ik heb nog steeds mijn twijfels, ik ben verward en ik weet het allemaal niet meer. Maar er is één ding dat ik wel ik zeker weet; ookal is het onzeker of het waar kan zijn, het is nou eenmaal een sprookje, maar de magische roos bestaat voor mij echt.